Vonnis van 22 mei 2019 Behorend bij A.R. no. AUA201801988 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de hoofdzaak van: de naamloze vennootschap [Eiseres], gevestigd in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: [EISERES], gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper, tegen: [GEDAAGDE], wonende in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [GEDAAGDE], gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, en in het vrijwaringsincident van: [GEDAAGDE], wonende in Aruba, eiser, hierna ook te noemen: [GEDAAGDE], gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, tegen: de naamloze vennootschap [EISERES] , gevestigd in Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: [EISERES], gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper. 1DE PROCEDURE in de hoofdzaak en het vrijwaringsincident 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties, -de incidentele conclusie van [GEDAAGDE] van oproeping en eis in vrijwaring, met producties; -de conclusie van antwoord in het incident. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN in de hoofdzaak 2.1 [ EISERES] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [GEDAAGDE] veroordeelt: -om aan [EISERES] te betalen Afl. 68.000,-- aan achterstallige huur, te vermeerderen met
(1)wettelijke rente telkens gerekend vanaf de dag der opeisbaarheid van die huur tot aan de algehele voldoening en
(2)20%, althans een door het Gerecht te bepalen ander percentage, aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; -om aan [EISERES] te betalen Afl. 32.000,--, althans een door het Gerecht te bepalen ander bedrag, aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 5 juli 2018 tot aan de algehele voldoening; -in de proceskosten. 2.2 [ GEDAAGDE] heeft nog niet geconcludeerd voor antwoord. in het vrijwaringsincident 2.3 [ GEDAAGDE] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens: -de oproeping in vrijwaring beveelt van [GETUIGE], wonende in Aruba te [ADRES], teneinde die [GETUIGE] in de vrijwaringszaak bij vonnis te veroordelen tot betaling aan [GEDAAGDE] van al hetgeen [GEDAAGDE] krachtens het vonnis in de hoofdzaak moet betalen of zal hebben betaald aan [EISERES]. 2.4 [ EISERES] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [GEDAAGDE] verzochte. 3DE BEOORDELING in het vrijwaringsincident 3.1 Zonder nadere uitleg - die ontbreekt - valt niet in te zien welk belang [GEDAAGDE] heeft bij oproeping in vrijwaring van [GETUIGE] voornoemd. Gesteld noch gebleken, althans niet aannemelijk is geworden immers dat die [GETUIGE] op grond van een bestaande rechtsverhouding tussen hem en [GEDAAGDE] gehouden is om de gevolgen van een eventuele voor [GEDAAGDE] nadelige uitkomst in de hoofdzaak te dragen. 3.2 Vorenstaande brengt mee dat de incidentele vordering van [GEDAAGDE] zal worden afgewezen. 3.3 De beslissing ten aanzien van de incidentele proceskosten zal worden aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak. in de hoofdzaak 3.4 De hoofdzaak zal voor het nemen van conclusies van antwoord worden verwezen naar de in het dictum vermelde rolzitting. 3.5 Iedere (verdere) beslissing zal worden aangehouden. 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: in het vrijwaringsincident -wijst de vordering van [GEDAAGDE] af; -houdt aan de beslissing ter zake van de incidentele proceskosten tot het eindvonnis in de hoofdzaak; in de hoofdzaak -verwijst de hoofdzaak voor antwoord zijdens [GEDAAGDE] naar de rolzitting van woensdag 3 juli 2019; -houdt aan iedere (verdere) beslissing. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.