← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:331

Vonnis van 22 mei 2019 Behorend bij A.R.B.B. nr. AUA201803338 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISER], wonende in Aruba, EISER, hierna ook te noemen: [EISER], gemachtigde: de advocaat mr. lic. B.M. de Sousa, tegen: de naamloze vennootschap LIFE CHANGING FORMULAS N.V. h.o.d.n. ARUBA LIVING TODAY ADVISORY SERVICES, gevestigd in Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: LCF, gemachtigde: de heer [DIRECTEUR] (directeur). DE PROCEDURE 1.1 Voor het verloop van de procedure tot 23 januari 2019 wordt verwezen naar het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 19 februari 2019. [EISER] is toen verschenen samen met haar gemachtigde, voor wie mr. D. de Sousa-Croes heeft geoccupeerd. LCF is verschenen bij haar directeur voornoemd. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ EISER] verzoekt dat het Gerecht bij betalingsbevel LCF beveelt om aan [EISER] te betalen Afl. 1.600,--, te vermeerderen met

(1)de contractuele rente ad 1% per maand,
(2)de contractuele administratiekosten ad 1% per maand, beiden gerekend vanaf 11 december 2017, en
(3)met 15% aan overeengekomen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, kosten rechtens. 2.2 LCF voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door [EISER] verzochte. 3DE VERDERE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt bij zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis wordt het volgende verder overwogen. [EISER] heeft de stelling van LCF, dat niet zij maar de bij partijen genoegzaam bekende eigenaar van het in Aruba te [adres] gelegen pand opdracht heeft gegeven aan [EISER] tot het verrichten van schilderwerkzaamheden aan dat pand, niet of onvoldoende bestreden. Vast komt daarom te staan dat LCF ter zake van die werkzaamheden niet de contractspartij is van [EISER] en daarom niets verschuldigd is aan [EISER]. 3.3 Vorenstaande brengt mee dat de vordering van [EISER] zal worden afgewezen. 3.4 [ EISER] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van LCF. Die kosten worden begroot op nihil omdat LCF in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professionele rechtsbijstandverlener. 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -wijs af het door [EISER] verzochte; -veroordeelt [EISER] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van LCF, tot aan deze uitspraak begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.