Beschikking van 11 juni 2019 behorend bij EJ nr. AUA201900853 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van DE VOOGDIJRAAD, kantoorhoudend in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd. met betrekking tot de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Haïti, Belanghebbenden: [moeder], de moeder, [vader], de vader, wonende in Haïti, [voorgestelde gezinsvoogdes], de voorgestelde gezinses. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingediend op 15 maart 2019, de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 30 april 2019, waar zijn verschenen de moeder in persoon, de voorgestelde gezinsvoogdes en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, de heer [raadsonderzoeker]. De 2DE FEITEN 2.1 Uit het huwelijk tussen de vader en de moeder is [minderjarige] op [geboortedatum] 2010 in Haïti geboren. De ouders oefenen het gezag gezamenlijk uit. 2.2 De moeder woont vanaf het jaar 2013 in Aruba en de minderjarige vanaf het jaar 2016. De vader woont in Haïti en heeft nimmer in Aruba gewoond. 2.3 Bij beschikking van dit gerecht van 11 september 2018 (AUA201801837) zijn de ouders uit het gezag over de minderjarige geschorst, en is de minderjarige voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd. De minderjarige is toen uit huis geplaatst en in het Kindertehuis Imeldahof geplaatst. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar. Tevens wordt de plaatsing van de minderjarige in het kindertehuis Imeldahof verzocht. 4DE BEOORDELING 4.1 Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd. In het rapport van de Voogdijraad staat het volgende. Bij de minderjarige is sprake van gebrek aan sociale vaardigheden en overschrijdend seksueel getint gedrag. Tussen de minderjarige en de moeder bestaat geen affectieve band. De minderjarige heeft te kennen gegeven dat hij het liefst in het Imeldahof wil blijven wonen, omdat hij daar altijd te eten krijgt, vrienden heeft en aandacht krijgt van de leidsters. De moeder werkt zes dagen in de week, van 8.00 uur tot 18.00 uur, en de minderjarige bleef dan alleen thuis. Zij kan de minderjarige niet aan en disciplineert hem door te slaan. Zij heeft geen inzicht in de ontwikkelingsbehoeftes van de minderjarige, en mist de vaardigheden om de ernst van de situatie in te schatten. Ze staat wel open voor hulp en begeleiding. Geconcludeerd wordt dat de minderjarige zowel fysiek als emotioneel wordt verwaarloosd, en dat hij onder de huidige omstandigheden met zedelijke en lichamelijke ondergang wordt bedreigd. 4.3 Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat een ondertoezichtstelling, binnen welk kader de benodigde hulpverlening wordt opgestart, daarom aangewezen. 4.4 Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, BW kan de rechter het kind doen opnemen in een door hem aan te wijzen inrichting of elders dan in een inrichting indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is. Gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is dat hij wordt opgenomen in het kindertehuis Imeldahof. 5DE BESLISSING Het gerecht: stelt [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Haïti, onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden, benoemt [voorgestelde gezinsvoogdes] tot gezinsvoogdes, beveelt de plaatsing van de minderjarige in het kindertehuis Imeldahof, voor de duur van één jaar ingaande heden, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op dinsdag 11 juni 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.