Uitspraak van 24 juni 2019 Lar nr. AUA201900018 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellante] verblijvende in Aruba, APPELLANTE, gemachtigde: C.J. Colina, juridisch adviseur bij RGB LEGAL SERVICES, gericht tegen: de minister van Justitie, Veiligheid, en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER. 1PROCESVERLOOP Bij bevelschrift van 14 september 2018 heeft verweerder de verwijdering van appellante bevolen, en daarbij een periode van niet toelating van 60 maanden opgelegd. Bij bevelschrift van 14 september 2018 is de inbewaringstelling van appellante ter verzekering van de verwijdering bevolen. Tegen het bevelschrift tot inbewaringstelling heeft appellante op 17 september 2018 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 7 januari 2019 beroep ingesteld bij dit gerecht. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het gerecht overweegt dat appellante tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift. 2.2 Ingevolge artikel 32 van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien (sub
- a)het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, of (sub
- c)de beslissing waartegen het beroep is gericht, kennelijk niet in stand kan blijven. 2.3 Het gerecht overweegt dat uit het bezwaarschrift van appellante niet blijkt dat het mede is gericht tegen het bevel tot verwijdering. Voor zover het beroep mede gericht is tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar gericht tegen dat bevel, is dat beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. 2.4 Wat betreft het beroep voor zover gericht tegen het bevel tot inbewaringstelling, overweegt het gerecht als volgt. Ingevolge artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) wordt de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming binnen 72 uur door de rechter-commissaris getoetst. Naar het oordeel van het gerecht dient de toetsing van de inbewaringstelling door de rechter-commissaris voor de toepassing van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Lar op een lijn te worden gesteld met het geval waarin tegen een besluit beroep is opengesteld op een (andere) onafhankelijke rechter. De strekking van dit voorschrift is immers dat er geen plaats is voor toetsing van een beschikking door de bestuursrechter op grond van de Lar, indien die toetsing reeds op grond van een andere landsverordening door een andere onafhankelijke rechter is of kan worden geschied. Dit leidt tot de conclusie dat tegen het bevelschrift tot inbewaringstelling geen bezwaar op grond van de Lar kan worden gemaakt, zodat dit bezwaar door verweerder niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Het beroep is derhalve voor zover gegrond. Het gerecht ziet aanleiding om met toepassing van artikel 47, lid 4 van de Lar zelf in de zaak te voorzien, en het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. 2.5 Gelet op het vorenstaande is er geen aanleiding om verweerder in de kosten te veroordelen. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart het beroep voor zover gericht tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar tegen het bevelschrift inbewaringstelling, gegrond; - vernietigt de bestreden fictieve afwijzende beslissing op dat bezwaar van appellante; - verklaart het bezwaar van appellante gericht tegen het bevelschrift inbewaringstelling alsnog niet-ontvankelijk; - verklaart het beroep voor het overige niet-ontvankelijk; - wijst af het meer of anders verzochte. Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 24 juni 2019, in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken). Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht. U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen: 1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; 2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde, b. de dag van ondertekening, c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.