← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:37

Vonnis van 16 januari 2019 Behorend bij A.R. AUA201802563 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISER], te Aruba, EISER, gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart, tegen: [GEDAAGDE], te Aruba, [adres], GEDAAGDE, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de verdere procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 31 oktober 2018; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie na antwoord op 15 november 2018. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING 2.1 Eiser vordert – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van gedaagde tot betaling van Afl. 22.626,02,-, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar vanaf 1 december 2017 tot de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure. 2.2 Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagde ondanks aanmaningen tekort is geschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting. 2.3 Gedaagde heeft aangevoerd dat zij niet eens is met de hoofdsom, omdat zij al enkele betalingen heeft verricht. Gedaagde heeft voorts gesteld dat zij wegens persoonlijke omstandigheden niet in staat is om haar aflossingsverplichting na te komen. 2.4 Vast staat dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen jegens eiser. Eiser heeft aangevoerd dat hij rekening heeft gehouden met de betalingen die al zijn verricht. De gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen. 2.5 De rente zal worden toegewezen over de gevorderde hoofdsom minus de provisie van 1% van de hoofdsommen in beide overeenkomsten (Afl. 140,- + Afl. 70,- = Afl. 210,-), nu gedaagde ten aanzien van die bedragen niet in verzuim is komen te verkeren. 2.6 De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen conform het procesreglement 2018 worden toegewezen conform het nieuwe procesreglement (naar rato van 1,5 punt van liquidatietarief 4). 2.7 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 750,- griffierecht, Afl. 416,08 aan verschotten en Afl. 2.000,- aan gemachtigdensalaris (naar rato van 2 punten van het liquidatietarief 4). 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een bedrag van Afl. 22.626,02, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar over het bedrag van Afl. 22.416,02 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald, waarop in mindering strekt hetgeen al door gedaagde is voldaan, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.500,-; veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 416,08 aan verschotten en Afl. 2.000,- aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 januari 2019 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.