Beschikking van 2 juli 2019 behorend bij EJ nr. AUA201802317 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen: [Verzoekster], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena, en: [Verweerder], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna: de vader, niet verschenen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 30 juli 2018, de mondelinge behandeling ter zitting van 13 november 2018, waar alleen de moeder bij haar gemachtigde is verschenen, en waarbij de wederoproeping van de vader is gelast, de mondelinge behandeling ter zitting van 5 februari 2019, waar alleen de moeder in persoon en bijgestaan door haar gemachtigde is verschenen. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is vervolgens nader bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Partijen waren met elkaar gehuwd. 2.2 Uit dit huwelijk zijn in Aruba geboren de thans jongmeerderjarige [meerderjarige], op [datum] 2000, en de nu nog minderjarige [minderjarige], op [datum] 2008. 2.3 Bij beschikking van dit gerecht van 23 november 2015 (EJ 2548 van 2015) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat partijen gezamenlijk belast blijven met het ouderlijk gezag over hun (toen nog) minderjarige kinderen. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader met ingang van 1 augustus 2018 maandelijks een bedrag van Afl. 650,- ten behoeve van de jongmeerderjarige zoon en Afl. 450,- ten behoeve van de minderjarige zoon te betalen. Daartoe wordt gesteld dat de moeder onvoldoende inkomen uit arbeid heeft en dat vader voldoende draagkrachtig is, nu hij bij de raffinaderij een goed inkomen geniet, maar dat hij onregelmatig en onvoldoende bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van de zonen. Ter zitting heeft de moeder gesteld dat de vader in januari 2019 naar Dubai is vertrokken om daar enige jaren te wonen en werken. Tegen de oudste zoon heeft hij gezegd dat hij daar een loon zal verdienen van rond US$15.000,-. Voorts verzoekt de moeder toestemming om in deze zaak kosteloos te mogen procederen. 4DE BEOORDELING 4.1 Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 Ouders zijn voorts verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen die de leeftijd van eenentwintig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.