Vonnis van 16 januari 2019 Behorend bij K.G. no. AUA201803956 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [Eiseres], wonende in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigden: de advocaten mrs. L.A.M. Leeuwe en M.A. Kock, tegen: de stichting FONDO NACIONAL DI GARANTIA PA VIVIENDA, gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: FNGV, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties; - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 20 december 2018. 1.2 [ eiseres] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigden. FNGV is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door dhr. [directeur](directeur van FNGV). Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd, beiden mede aan de hand van een overgelegde en voorgedragen pleitnota voorzien van toegelaten (nadere) producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: a. FNGV veroordeelt om aan [eiseres] haar loon ad Afl. 5.135,-- plus alle emolumenten (door) te betalen gerekend vanaf 21 oktober 2018 totdat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging en met wettelijke rente gerekend vanaf de dag der opeisbaarheid daarvan tot aan de dag der algehele voldoening; b. FNGV beveelt om [eiseres] met onmiddellijke ingang tewerk te stellen, zulks op straffe van een dwangsom van Afl. 5.000,-- voor iedere dag dat FNGV dat bevel niet opvolgt; c. FNGV veroordeelt in de proceskosten. 2.2 FNGV voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiseres] verzochte, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Het spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vordering ligt besloten in de aard van die vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Het verweer van FNGV op dit onderdeel wordt verworpen. 3.2.1 Vast staat tussen partijen in elk geval het volgende. [eiseres] is in februari 1997 als arbeidscontractant in loondienst getreden van het Land Aruba. Op 1 april 2002 is [eiseres] krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in loondienst getreden van FNGV in de functie van administratief medewerkster, en verdiende laatstelijk een bruto maandloon van Afl. 5.135,--. Gelet op de geboortedatum van eiseres, te weten 21 oktober 1953, zou zij conform de voor haar geldende regeling op 21 oktober 2013 met pensioen zijn gegaan. Vanaf 2013 tot en met 2017 heeft [eiseres] op jaarlijkse schriftelijke aanvraag haar pensioendatum met instemming van haar pensioenfonds en FNGV telkens met één jaar uitgesteld. Op 19 april 2017 heeft [eiseres] verzocht om haar pensioendatum nogmaals met één jaar uit te stellen en daarbij aangegeven dat 21 oktober 2018 als haar pensioendatum heeft te gelden. Na deze door haar pensioenfonds en FNGV ingewilligde aanvraag heeft [eiseres] geen verdere aanvraag tot uitstel van haar pensioen meer ingediend. 3.2.2 Per brief van 1 oktober 2018 heeft FNGV [eiseres] eervol ontslag verleend met ingang van 21 oktober 2018 in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Per brief van 3 oktober 2018 heeft [eiseres] FNGV te kennen gegeven dat het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd geen grond oplevert voor ontslag, en heeft [eiseres] de nietigheid van het ontslag ingeroepen en verklaard bereid te zijn tot het verrichten van de bedongen werkzaamheden. 3.2.3 De aan [eiseres] gerichte brief van (de gemachtigde van) FNGV van 22 oktober 2018 vermeldt onder meer het volgende: “Zoals bekend is tussen partijen afgesproken dat u per 21 oktober 2018 met uw welverdiende pensioen zou gaan. In verband daarmede heeft cliënte, in samenspraak met u ook alle voorbereidingen getroffen om een vervanger in te werken. Recentelijk heeft u cliënte evenwel verzocht om uw pensioendatum met een jaar te verlengen, doch dit verzoek is niet ingewilligd. Uw reactie was om te stellen dat u niet meer op de afgesproken datum met pensioen zou gaan. U kunt evenwel niet eenzijdig de gemaakte afspraken wijzigen en cliënte is ook niet bereid om daarin mee te gaan. Dit betekent dan ook dat het dienstverband conform afspraak op 21 oktober 2018 is geëindigd. Als gevolg hiervan is uw aanwezigheid vandaag op het werk ongeoorloofd temeer nu cliënte u uitdrukkelijk afgelopen vrijdag heeft aangegeven dat die dag 19 oktober 2018 uw laatste werkdag was. Bij deze geef ik u schriftelijk aan dat u het kantoor van de FNGV onmiddellijk dient te verlaten, bij gebreke waarvan u cliënte zal verplichten vergaande maatregelen te treffen om dit te bewerkstelligen.”. 3.3 Met [eiseres] is het Gerecht voorshands van oordeel dat het enkele bereiken door [eiseres] van haar pensioengerechtigde leeftijd nog niet met zich brengt dat daardoor een einde komt aan haar dienstverband met FNGV. Kernvraag in dit geschil is of partijen al dan niet zijn overeengekomen of hebben afgesproken dat de arbeidsovereenkomst van [eiseres] bij het bereiken door [eiseres] van de 65-jarige (pensioengerechtigde) leeftijd op 21 oktober 2018 met wederzijds goedvinden zou eindigen, althans of FNGV er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat dit het geval was. Anders dan [eiseres] stelt FNGV dat dit alles niet het geval is. Dienaangaande wordt het volgende overwogen. 3.4.1 FNGV heeft diverse door collega’s van [eiseres] afgelegde verklaringen overgelegd. De verklaring van [collega 1]vermeldt onder meer: “(…). Vorige jaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.