Beschikking van 2 juli 2019 behorend bij E.J. nr. AUA201901262 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op vordering van HET OPENBAAR MINISTERIE, in Aruba, vertegenwoordigd door de officier van justitie, om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de Voogdijraad van de minderjarige: [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, van wie de ouders zijn: [naam moeder], de moeder, wonende in Aruba, en [naam vader], de vader, wonende in Aruba. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: - de vordering ingediend op 15 april 2019, - de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 21 mei 2019, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y. Pronk, de vertegenwoordiger van de Voogdijraad, mevrouw C. Bontekoe, en de vader van de minderjarige in persoon. De moeder heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 De minderjarige is geboren uit een affectieve relatie tussen de moeder en de vader. De vader heeft de minderjarige erkend.De moeder oefent het gezag over de minderjarige alleen uit. 2.2 Op 5 april 2019 heeft het openbaar ministerie de aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwd. 2.3 De minderjarige verblijft thans bij peettante mw. [naam peettante]. 3DE BEOORDELING 3.1 Ingevolge artikel 1:272 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing (in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW) van een ouder kunnen leiden, het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de Voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd. 3.2 De bekrachtiging is tijdig gevorderd, zodat de voorlopge toevertrouwing van 5 april 2019 nog van kracht is. 3.3 Ingevolge artikel 1:272 lid 3 BW kan de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders bevelen, hetzij een van de beschikkingen geven, bedoeld in artikel 1:271 BW. Artikel 1:271 lid 1 BW bepaalt dat de rechter, indien hij dat in het belang van het kind noodzakelijk acht, een ouder wiens ontzetting of ontheffing (in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW) verzocht is, hangende het onderzoek geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over een of meer van zijn kinderen kan schorsen. Ingevolge het vierde lid vertrouwt de rechter het kind voorlopig toe aan de Voogdijraad, indien de schorsing beide ouders betreft of een ouder die het gezag alleen uitoefent. 3.4 Ter beoordeling ligt voor de vraag of in dit geval sprake is van feiten die tot ontzetting of ontheffing (in een van de gevallen genoemd in artikel 1:268 lid 2 BW) van de moeder uit het gezag over de minderjarigen kunnen leiden, en die het noodzakelijk maken dat zij voorlopig geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over haar kinderen wordt geschorst. 3.5 Het gerecht is - gelet op het verhandelde ter zitting, het rapport van de Voogdijraad waaruit blijkt dat de moeder door haar psychische problemen geen inzicht heeft in haar manier van handelen jegens de minderjarige en artikel 1:268 lid 2 sub c BW - van oordeel dat de door de wet aangegeven gronden voor de voorlopige toevertrouwing aannemelijk zijn geworden en dat het in het belang van de minderjarige noodzakelijk is dat voorlopig het gezag over haar feitelijk door de Voogdijraad wordt uitgeoefend en dat de moeder voorlopig geheel in de uitoefening van het gezag over haar wordt geschorst. 3.6 Het gerecht acht termen aanwezig om de duur van de toevertrouwing van de minderjarige aan de Voogdijraad te bepalen op drie maanden. 3.7 Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 4DE BESLISSING Het gerecht: schorst de moeder uit het gezag welke heeft over de : [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, vertrouwt de voorlopig toe aan de Voogdijraad, bepaalt dat deze toevertrouwing van kracht zal blijven voor de duur van drie maanden, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven op 2 juli 2019 door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.