Vonnis van 27 juni 2019 Behorend bij K.G. nr. AUA201901973 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [Moeder], wonende in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza, tegen: [Vader], wonende in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: de vader, niet verschenen. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 13 juni 2019; - de behandeling ter zitting op 27 juni 2019, waarbij zijn verschenen de moeder in persoon bijgestaan door haar gemachtigde en de Voogdijraad (mw. [medewerker Voogdijraad). De vader is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 1.2 De uitspraak is terstond gedaan. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Uit het huwelijk van partijen is de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba (hierna: de minderjarige). 2.2 Partijen oefenen thans gezamenlijk het gezag uit over de minderjarige. Bij beschikking van 3 december 2018 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De beslissing met betrekking tot het gezag over de minderjarige is aangehouden in afwachting van een rapport van de Voogdijraad. 2.3 In een e-mail van 12 juni 2019 bericht de vader aan de Voogdijraad dat hij geen toestemming zal verlenen aan de moeder om met de minderjarige af te reizen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 De moeder vordert dat het gerecht bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, haar toestaat, althans een vervangende toestemming zijdens de vader afgeeft, om met de minderjarige vanaf 17 juli 2019 tot en met 26 juli 2019 naar de Dominicaanse Republiek met vakantie te gaan, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van de vader in de proceskosten. Tevens verzoekt de moeder haar toestemming te verlenen om kosteloos te mogen procederen. 3.2 De vader is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen en heeft geen verweer gevoerd. 4DE BEOORDELING 4.1 Het spoedeisend belang van de moeder bij haar vordering volgt uit de aard van die vordering en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen. 4.2 Ingevolge artikel 1:253a BW dient de rechter in geschillen zoals het onderhavige omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag een zodanige beslissing te nemen als hem in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Bij deze beoordeling dient de rechter de belangen van alle betrokkenen in aanmerking te nemen en tegen elkaar af te wegen. Het belang van de kinderen staat daarbij voorop en dient een overweging van de eerste orde te zijn. Dat neemt niet weg dat, afhankelijk van alle omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen. 4.3 De moeder heeft gesteld dat zij op 17 juli 2019 voor negen dagen met haar oudere dochter en de minderjarige op vakantie wil gaan naar de Dominicaanse Republiek. Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij de vader door middel van een brief en door tussenkomst van haar gemachtigde heeft verzocht haar toestemming te verlenen met de minderjarige te reizen. Voorts heeft de moeder aangegeven dat zij van de vader heeft vernomen dat hij geen toestemming wil verlenen omdat de minderjarige volgens hem te jong is en bovendien nog niet kan praten. De moeder heeft onweersproken gesteld dat zij alleen belast is met de verzorging van de minderjarige en daarom goed kan inschatten of de minderjarige een vliegreis aankan. Desgevraagd heeft de moeder gesteld dat zij vijftien jaar geleden met haar familie naar Aruba is verhuisd, inmiddels vijftien jaar bij een juwelierszaak werkt en haar oudere dochter in Aruba naar de Ibero highschool gaat en niet van plan is zich elders te vestigen. 4.4 Het gerecht is voorshands van oordeel dat de moeder voldoende belang heeft bij haar verzoek. Niet is gebleken dat de moeder de vader rauwelijks in deze procedure heeft betrokken. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat r de moeder de nodige inspanningen heeft verricht vaders toestemming te verkrijgen voor het reizen met de minderjarige. De vader heeft hierop niet (positief) gereageerd. Uit de mail van de Voogdijraad kan worden opgemaakt dat de vader zijn toestemming niet wil verlenen. 4.5 Het gerecht ziet geen aanleiding om aan te nemen dat er enig gevaar bestaat dat de moeder de minderjarige aan het gezag van de vader zal onttrekken en niet naar Aruba zal terugkeren. De moeder, haar oudere dochter en de minderjarige zijn geworteld in Aruba, waar zij wonen, werken, naar school gaan en familie hebben. Evenmin ziet het gerecht grond voor de conclusie dat de minderjarige te jong is voor een vliegvakantie, zoals de vader in zijn mail aan de Voogdijraad stelt. Ook de Voogdijraad heeft aangegeven geen bezwaar te hebben dat de moeder met de minderjarige op vakantie gaat. Het gerecht acht het gelet op deze omstandigheden niet redelijk dat de vader zijn toestemming niet verleend. 4.6 Het gerecht zal de gevorderde dwangsom afwijzen, nu er daartoe geen aanleiding bestaat. 4.7 Het gerecht acht termen aanwezig om de proceskosten te compenseren. 5DE BESLISSING Het gerecht: - verleent de moeder toestemming om kosteloos te mogen procederen; - verleent de moeder toestemming om met de minderjarige [minderjarige], geboren op [minderjarige] in Aruba, in de periode van 18 juli 2019 tot en met 26 juli 2019 naar de Dominicaanse Republiek af te reizen; - compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; - verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; - wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 juni 2019 in aanwezigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.