Vonnis van 12 juni 2019 Behorend bij B.B. nr. AUA201800062 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap [Naam eiseres], gevestigd in Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. M.M.M.C. Ecury, tegen: [Naam gedaagde], wonende te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 27 maart 2019 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 25 april
- [Eiseres] is ter zitting verschenen bij mr. D.C.A. Crouch en mr. Z.J.E. Paesch, die occupeerden voor haar gemachtigde. [Gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, [Eiseres] mede aan de hand van een nadere en toegelaten productie, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ Eiseres] vordert (na vermindering van eis met Afl. 750,--) dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen (1.419,88 minus 750,-- =) Afl. 669,88, te vermeerderen met Afl. 375,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en met 1% aan overeengekomen maandelijkse rente gerekend vanaf 20 maart
- 2.2 [ Gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van het door [eiseres] verzochte. 3DE BEOORDELING 3.1 Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. 3.2 [ Eiseres] heeft ter zitting erkend dat [gedaagde] van het aanvankelijk aan [eiseres] verschuldigde bedrag ad. Afl. 2.419,88 niet alleen Afl. 1000,-- heeft betaald maar na indiening van het verzoekschrift ook nog Afl. 750,--, aldus in totaal Afl. 1.750,--. Verder heeft [eiseres] ter zitting gesteld dat [gedaagde] weliswaar nog Afl. 150,-- heeft betaald voor een consult, maar dat dit bedrag geen deel uitmaakt van het aan [gedaagde] in rekening gebrachte bedrag ad. Afl. 2.419,
- Die stelling heeft [gedaagde] in het licht van de door haar zelf in het geding gebrachte kwitantie met als nummer 20191, die geldt als betalingsbewijs voor een consult en waarmee [eiseres] haar stelling op dit punt heeft onderbouwd, niet of onvoldoende bestreden. 3.3 Vorenstaande brengt mede in verband met rechtsoverwegingen 2.6 en 2.7 van het tussenvonnis mee dat [gedaagde] de thans gevorderde verminderde hoofdsom opeisbaar verschuldigd is aan [eiseres]. De vordering zal daarom worden toegewezen. 3.4 De niet bestreden nevenvorderingen zullen, als zijnde onbestreden, eveneens worden toegewezen als na te melden. 3.5 [ Gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 100,-- aan verschotten (griffiegeld) en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigden (2 punten, tarief 2). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen Afl. 669,88, te vermeerderen met
(1)Afl. 375,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en
(2)met 1% aan overeengekomen maandelijkse rente gerekend vanaf 20 maart 2017 tot aan de algehele voldoening; -veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 100,-- aan verschotten en Afl. 500,-- aan salaris voor de gemachtigden; -verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 juni 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.