← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:464

Beschikking van 18 juni 2019 Behorend bij EJ nr. AUA201803115 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [verzoeker 1], en [verzoeker 2], beiden wonende in Aruba, VERZOEKERS, gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson, Als belanghebbenden worden aangemerkt: [minderjarige 1], de minderjarige, geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba en wonende in Aruba, [moeder], de moeder, wonende in Nederland. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 2 oktober 2018; het minderjarigenverhoor van 21 januari 2019; de brief van 14 december 2018 van de mentor van de moeder; de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 22 januari 2019, waar verzoekers in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig de heer M. Loopstok. De uitspraak is nader bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Van de minderjarige staat alleen het moederschap vast, zodat de moeder van rechtswege het gezag over de minderjarige alleen uitoefent. 2.2 De moeder is op 8 april 2011 uit het bevolkingsregister van Aruba uitgeschreven. Zij woont nu in Nederland. 2.4 Verzoekers zijn echtelieden. De minderjarige woont bij hen en staat op hun adres ingeschreven. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot benoeming van mevrouw [verzoeker 2] tot voogdes van de minderjarige. Daartoe hebben verzoekers aangevoerd dat de minderjarige vanaf zijn geboorte bij hen woont en door hen wordt verzorgd en opgevoed. Verder hebben zij aangevoerd dat de moeder al jaren niet in Aruba woont en nooit de verzorging van de minderjarige op zich heeft genomen. 4DE BEOORDELING 4.1 Het verzoek is gegrond op artikel 1:253r juncto artikel 1:253q BWA. Ingevolge voornoemde artikelen is - voor zover hier van belang - het gezag dat aan een ouder toekomt geschorst gedurende de tijd waarin de ouder al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen. In dat geval, benoemt de rechter een voogd. 4.2 In dit geval is gebleken dat de moeder in april 2011 uit Aruba is vertrokken, met achterlating van de minderjarige bij verzoekers. De moeder, ten behoeve van wie bij beschikking van de kantonrechter te Enschede in Nederland van 3 mei 2016 mentorschap is ingesteld, stemt in met de benoeming van mevrouw van der Linden tot voogdes over de minderjarige. 4.3 Gelet op de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is aangevoerd, is het gerecht van oordeel dat de moeder feitelijk nooit het gezag over de minderjarige heeft uitgeoefend en in de onmogelijkheid verkeert om het gezag uit te oefenen. Aldus is de conclusie dat het gezag van de moeder van rechtswege is geschorst. In het gezag over de minderjarige dient dan te worden voorzien. Mevrouw [verzoeker 2] zal tot voogdes over de minderjarige worden benoemd, nu het belang van de minderjarige zich niet hiertegen verzet en overigens van bezwaren daartegen niet zijn gebleken. 4.4 Gelet op het door verzoekers overgelegde bewijs van onvermogen van 27 augustus 2018, zal aan mevrouw [verzoeker 2] toelating worden verleend om kosteloos te procederen. 4.5 Dit leidt tot de volgende beslissing. 5DE BESLISSING Het gerecht: - verleent [verzoeker 2] toelating om kosteloos te procederen, - benoemt [verzoeker 2] tot voogdes over de minderjarige, [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba, - wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven op dinsdag 18 juni 2019 door mr. N.K Engelbrecht, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier. Inhoudsindicatie: Schorsing gezag met benoeming voogdes.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.