Beschikking van 18 juni 2019 behorend bij EJ nr. AUA201803576 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [verzoekster], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, procederend in persoon, om ondercuratelestelling van haar zoon: [verweerder], wonende in Aruba, te [adres], VERWEERDER, hierna te noemen: Rasmijn, in persoon. Belanghebbenden: [broer 1], broer, wonende in Aruba, [broer 2], broer, wonende in Aruba, [broer 3], zus, wonende in Nederland. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 7 november 2018, de mondelinge behandeling ter zitting van 26 maart 2019, waarbij aanwezig waren verzoekster en de broers in persoon. het verhoor van verweerder op 17 mei
- De uitspraak is 2HET VERZOEK Het verzoek strekt ertoe dat verweerder onder curatele wordt gesteld met benoeming van verzoekster tot zijn curatrice. Daartoe wordt aangevoerd dat hij in 1995 na een drugsoverdosis, hersenbeschadiging heeft opgelopen, waardoor hij niks voor zichzelf kan doen: hij kan niet lopen, niet schrijven en communicatie is moeizaam.
- DE BEOORDELING 3.1 Het verzoek is gegrond op artikel 1:378, lid 1 en onder sub a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Ingevolge deze bepaling kan de rechter een meerderjarige onder curatele stellen wegens een geestelijke stoornis waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen. 3.2 Uit de verklaringen van de verzoekster, de broers, de behandelend geneesheer, Dr. S. Waterloo, Internist-Geriater, en de ondervraging van verweerder is gebleken dat verweerder zich niet verstaanbaar kan maken, niet kan schrijven, bedlegerig is en niet voor zichzelf kan zorgen. Het gerecht is gelet hierop van oordeel dat verweerder wegens een geestelijke stoornis niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Het verzoek tot ondercuratelestelling is dan ook voor toewijzing vatbaar. 3.3 De benoeming van de moeder tot curatrice strookt naar het oordeel van het gerecht het meest met de belangen van de verweerder. Nu voor het overige niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het gerecht dienovereenkomstig beslissen. 3.4 De curatrice dient ingevolge artikel 1:386 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) juncto artikel 1:338 BW binnen acht weken na aanvang van haar taak als curatrice een schriftelijke opgave ter griffie van dit gerecht te doen van de bij het begin van de curatele aanwezige gerede gelden, effecten aan toonder en spaarbankboekjes. De curatrice dient voorts binnen acht maanden na aanvang van haar taak als curatrice ter bevestiging van haar deugdelijkheid een door haar ondertekende boedelbeschrijving bij de griffie van dit gerecht in te dienen. In de boedelbeschrijving is begrepen opgave van de wijzigingen in de samenstelling van het vermogen tot het ogenblik dat zij wordt opgemaakt. 3.5 De curatrice dient ingevolge artikel 1:386 lid 1 BW in samenhang met artikel 1:359 lid 1 BW jaarlijks een rekening van [zijn/haar] bewind over de goederen van de onder curatele gestelde ter griffie van dit gerecht in te dienen, voor het eerst uiterlijk op 1 juni
- 3.6 Dit leidt tot de volgende beslissing. 4DE BESLISSING Het gerecht: stelt [verweerder], geboren op [geboortedatum] 1961 in Aruba, onder curatele, benoemt over de onder curatele gestelde tot curatrice zijn moeder, [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1938 in Aruba en wonende in Aruba, bepaalt dat deze uitspraak vanwege de curatrice binnen tien
(10)dagen nadat deze ten uitvoer kan worden gelegd, wordt geplaatst in de Landscourant van Aruba, alsmede in de dagbladen “DIARIO” en “AMIGOE DI ARUBA”. Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag 18 juni 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.