← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:557

Beschikking van 20 augustus 2019 Zaaknummer EJ-AUA201900220 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [verzoekster] , wonende in Aruba, te [adres], VERZOEKSTER, hierna de moeder, procederende in persoon, tegen [Verweerder] , zonder bekende woon- en/of verblijfplaats, VERWEERDER, hierna de vader, niet verschenen. Belanghebbende: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba, de minderjarige. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift ingediend op 21 januari 2019, het horen van de minderjarige op 15 april 2019, de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 16 april 2019, in aanwezigheid van de moeder en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw [raadsonderzoeker]. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks de behoorlijke oproeping, niet verschenen. Hierna is de uitspraak bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 De minderjarige is geboren binnen het huwelijk van partijen. 2.2 Bij beschikking van dit gerecht van 15 april 2010 (EJ 122/2010) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat partijen gezamenlijk belast blijven met het gezag over de minderjarige. 3DE BEOORDELING 3.1 Het verzoek, dat strekt tot wijziging van het gezag in die zin dat de moeder voortaan alleen met het gezag over de minderjarige wordt belast, is gebaseerd op artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Ingevolge dit artikel kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de desbetreffende beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het moet hierbij gaan om een zodanige verandering van de situatie, dat het niet langer in het belang van het kind is de bestaande gezagsuitoefening te handhaven. Alsdan bepaalt de rechter, aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. Beslissend zal zijn wiens gezag over het kind de rechter het meeste in het belang van het kind oordeelt. 3.2 De moeder heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat het in het belang van de minderjarige is dat zij voortaan alleen met het gezag over de minderjarige wordt belast. Ter onderbouwing hiervan heeft zij – onweersproken – aangevoerd dat de minderjarige haar vorig jaar heeft verteld dat de vader haar – enkele jaren geleden – op ongepaste/ontuchtige wijze heeft aangeraakt, dat zij hierna, in september 2018, tegen de vader aangifte van ontucht heeft gedaan, en dat de vader sindsdien uit Aruba is vertrokken en niets meer van zich heeft laten horen. De vader draagt financieel ook niet bij in de kosten van de minderjarige. 3.3 Het gerecht is gelet op hetgeen ter zitting is besproken, de overgelegde stukken en het ontbreken van enig verweer van de vader van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden in bovenbedoelde zin. De moeder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de zij en de vader geen contact meer met elkaar hebben, dat hij niet bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding en dat zij thans feitelijk de minderjarige alleen verzorgt en opvoedt. Het gerecht is verder van oordeel dat het niet in het belang van de minderjarige is dat de vader, mede gelet op de ernstige beschuldiging van ontucht tegen hem, samen met de moeder het gezag over de minderjarige blijft uitoefenen. 4DE BESLISSING Het gerecht: beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders, [vader] en [moeder], over de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2003 in Aruba, bepaalt dat de moeder voortaan alleen het gezag toekomt over voornoemde minderjarige, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 20 augustus 2019 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.