← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:563

Beschikking van 20 augustus 2019 Behorend bij E.J. no. AUA201900349 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [verzoeker], wonende in Aruba, verzoeker, hierna ook te noemen: [verzoeker], gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa, tegen: de naamloze vennootschap T.R. RESTAURANTS N.V., gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: T.R., gemachtigde: de advocaat mr. G.W. Rep. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift, met producties; -de beslissing van dit Gerecht dat de mondelinge behandeling van de zaak zal plaatsvinden ter terechtzitting van dinsdag 11 juni 2019 om 09:30 uur. 1.2 [ verzoeker] noch zijn gemachtigde zijn ter zitting verschenen. T.R. is verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door [medewerker] (medewerker bij T.R.) T.R. heeft het woord gevoerd onder overlegging van een met instemming van T.R. als voorgedragen beschouwde van een gegevensdrager voorziene pleitnota, en heeft gepersisteerd bij haar stellingen en het door haar geconcludeerde. 1.3 Beschikking is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ verzoeker] heeft gesteld en gevorderd zoals omschreven in zijn verzoekschrift. 2.2 T.R. voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [verzoeker] verzochte, kosten rechtens. 3DE BEOORDELING 3.1 [ verzoeker] heeft de in haar verweerschrift en pleitnota neergelegde stellingen van T.R. niet bestreden. Vast komt daarom te staan dat de toen in loondienst van T.R. zijnde [verzoeker] samen met nog twee andere personen op 13 augustus 2018 na sluitingstijd van T.R. betrokken is geweest bij de diefstal of verduistering van de in de pleitnota van T.R. onder randnummer 10. (7de bullet point) vermelde aan T.R. in eigendom toebehorende roerende zaken. Dat ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] levert naar het oordeel van het Gerecht zonder meer een dringende reden voor ontslag op, waardoor vast komt te staan dat T.R. [verzoeker] op 16 augustus 2018 op goede grond op staande voet heeft ontslagen, in welk ontslag [verzoeker] heeft berust. 3.2 Vorenstaande brengt mee dat het Gerecht geen grond ziet voor toewijzing van het door [verzoeker] verzochte. Zijn vorderingen zullen daarom worden afgewezen. 3.3 [ verzoeker] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van T.R., tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5). 4DE BESLISSING Het Gerecht: -wijst af het door [verzoeker] verzochte; -veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van T.R., tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,--. Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 20 augustus 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.