← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:610

Uitspraak van 12 september 2019 CVB nr. AUA201800147 COLLEGE VAN BEROEP UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening ziekteverzekering (LvZv) van: [Appellant], wonende in Aruba, APPELLANT, aanvankelijk procederende met gemachtigde, de advocaat mr. H.F. Figaroa, thans procederende in persoon, tegen de beslissing van 28 december 2017 van DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, gevestigd in Aruba, VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1HET PROCESVERLOOP Bij beslissing van 28 december 2017 (hierna: de bestreden beslissing) heeft de bank besloten dat appellant vanaf 24 november 2017 geen recht heeft op ongevallengeld noch ziekengeld wegens hoofdpijnklachten en rugklachten ten gevolge van een contusie, opgelopen bij een ongeval hem op 10 november 2017 op het werk overkomen, omdat gebleken is dat dit ongeval respectievelijk de ziekte te wijten is aan zijn grove schuld. Tegen de bestreden beslissing heeft appellant op 18 januari 2018 beroep aangetekend. Het beroep van appellant is op de bijeenkomst van 16 mei 2019 van dit College behandeld, alwaar namens de bank zijn verschenen: mr. B. Every, juridisch adviseur, drs. M. Bustos, verzekeringsarts en drs. M. Romijn, bedrijfsarts bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. 2DE BEOORDELING 2.1 Appellant kan zich – naar het College begrijpt – niet verenigen met de weigering hem een tegemoetkoming krachtens de LvZv dan wel de Landsverordening Ongevallenverzekering (LvOv), toe te kennen en heeft gesteld dat de beslissing onvoldoende onderbouwd is. 2.2 De bank heeft - onbetwist - aangevoerd dat appellant geen aanspraak heeft op enige tegemoetkoming jegens de bank, reeds omdat hij gedurende zijn arbeidsongeschiktheid van 13 november 2017 tot 4 december 2017, zijn loon (voor 100%) uitbetaald heeft gekregen van zijn toenmalige werkgever. Vanaf 1 juli 2018 is appellant niet meer werkzaam bij die werkgever. Die werkgever heeft de bank (telefonisch) te kennen gegeven dat hij het reeds uitbetaalde loon niet zal terugvorderen. De bank concludeert dat appellant geen belang heeft bij onderhavig beroep en niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. 2.3 Gelet op het bovenstaande is het College van oordeel dat appellant geen belang heeft bij onderhavig beroep, nu hij onverkort loon heeft ontvangen gedurende de periode van arbeidsongeschiktheid. Het onderhavige beroep dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard. 3DE BESLISSING Het college van beroep: verklaart het beroepschrift van appellant niet-ontvankelijk. Aldus gegeven op 12 september 2019 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.