Vonnis van 9 oktober 2019 Behorend bij B.B. nr. AUA201900765 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS op het verzet van: [Opposante], wonende in Aruba, opposante, hierna ook te noemen: [opposante], procederend in persoon, tegen: [Geopposeerde], wonende in Aruba, geopposeerde, hierna ook te noemen: [Geopposeerde], gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het op 22 oktober 2018 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van [Geopposeerde], met producties; - het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 6 februari 2019 onder zaaknummer B.B. AUA201803344 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposante] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan [Geopposeerde] van Afl. 7.073,-- te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 13 mei 2018 en met Afl. 750,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, alsmede tot betaling aan [opposante] van Afl. 550,-- aan proceskosten; - de op 7 maart 2019 per fax en op 8 maart 2019 fysiek ter griffie ingediende conclusie van eis in oppositie annex verzetschrift van [opposante], met één productie; - de conclusie van antwoord in oppositie van [Geopposeerde]; - de tegen [opposante] verleende akte van niet dienen van een conclusie van repliek in oppositie. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN OPPOSITIE 2.1 [ opposante] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis haar goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [Geopposeerde] afwijst, kosten rechtens. 2.2 [ Geopposeerde] voert verweer en concludeert - zo het Gerecht begrijpt - tot afwijzing van het door [opposante] verzochte en tot bevestiging van het betalingsbevel waarvan verzet. 2.3 Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING IN OPPOSITIE 3.1 Uit de stukken blijkt dat het betalingsbevel waarvan verzet is betekend aan [opposante] op 21 februari 2019 en dat [opposante] haar verzetschrift op 7 maart 2019 per fax heeft ingediend bij de griffie van dit Gerecht. Dat betekent dat [opposante] binnen de daartoe geldende wettelijke termijn van 14 dagen verzet heeft ingesteld, en daarom ontvankelijk is in dat verzet. Het (impliciete) ontvankelijkheidsverweer van [Geopposeerde] wordt verworpen. 3.2 [ opposante] heeft de in de conclusie van antwoord in oppositie neergelegde met producties onderbouwde stellingen van [Geopposeerde] niet (nader) bestreden. Dat brengt mee dat vast komt te staan dat [opposante] in hoofdsom Afl. 7.073,-- verschuldigd is aan [Geopposeerde] aan achterstallige huur met betrekking tot de woning gelegen in Aruba te [adres], te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 13 mei 2018. Evenmin heeft [opposante] de door [Geopposeerde] in haar als bijlage 1 overgelegde productie bij haar conclusie van antwoord in oppositie neergelegde stellingen ter zake van buitengerechtelijke incassokosten bestreden. Vast komt daarom verder te staan dat [opposante] te dezen het forfaitair vast te stellen bedrag ad Afl. 750,-- (1,5 punt, tarief 3, ad Afl. 500,-- per punt) verschuldigd is aan [Geopposeerde]. 3.3 Vorenstaande brengt met zich dat [opposante] tot kwaad opposant zal worden verklaard en dat het betalingsbevel waarvan verzet zal worden bevestigd. 3.4 [ opposante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten van [Geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat [Geopposeerde] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professionele rechtsbijstandverlener. 4DE BESLISSING IN OPPOSITIE Het Gerecht: -verklaart [opposante] tot kwaad opposant; -bevestigt het betalingsbevel waarvan verzet; -veroordeelt [opposante] in de proceskosten van [Geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 9 oktober 2019.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.