← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2019:681

Beschikking van 15 oktober 2019 Behorend bij EJ nr. AUA201901345 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [Naam verzoeker] , wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna de vader, gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza, tegen [Naam verweerster] , wonende in Aruba, te [adres], VERWEERSTER, hierna de moeder, procederend in persoon. Belanghebbenden: [Naam belanghebbende I], geboren op [datum] 2014 in Aruba en [Naam belanghebbende II], geboren p [datum] 2015 in Aruba, de minderjarigen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 24 april 2019, de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 20 augustus 2019, in aanwezigheid van de vader bijgestaan door zijn gemachtigde, de moeder in persoon, en de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw G. Maldonado. De uitspraak is nader bepaald op heden. 2DE FEITEN De minderjarigen zijn geboren uit de affectieve relatie tussen de vader en de moeder. Ze zijn door de vader erkend. De ouders oefenen het gezag over de minderjarigen gezamenlijk uit. 3HET VERZOEK De vader heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij hem te bepalen. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de vader aangevoerd dat de minderjarigen door de moeder worden verwaarloosd, en dat zij de zorg en verantwoordelijkheid voor de minderjarigen niet kan dragen. Volgens de vader laat de moeder de minderjarigen alleen thuis achter wanneer zij uit gaat, slikt zij haar medicijnen voor epilepsie niet, zodat zij niet eens voor zichzelf zorgt, laat staan voor de kinderen, en vertoont een van de minderjarigen “raar gedrag”. Ter zitting heeft de vader nog aangevoerd dat hij niet weet of de minderjarigen door de moeder naar school worden gebracht. 4DE BEOORDELING 4.1 Het verzoek is gegrond op artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Ingevolge die bepaling kunnen in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening, geschillen tussen de ouders hieromtrent op verzoek van beiden of van een van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt, na een vergelijk tussen de ouders te beproeven, een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. 4.2 De moeder heeft zich verzet tegen het verzoek van de vader. Zij heeft ter zitting aangevoerd dat tussen partijen al ruim vier maanden een omgangsregeling bestaat, inhoudende dat de minderjarigen om en om bij de ouders verblijven, en dat die omgangsregeling in het algemeen goed verloopt. 4.3 De Voogdijraad heeft ter zitting aangegeven dat de minderjarigen inmiddels een routine hebben, dat zij kennelijk gehecht zijn aan beide ouders en dat het niet in hun belang is om hun hoofdverblijfplaats dan wel de bestaande omgangsregeling te wijzigen. 4.4 Het gerecht is, gelet op het bovenstaande van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat de ontwikkeling van de minderjarigen gevaar dreigt te lopen indien de hoofdverblijfplaats bij de moeder wordt gehandhaafd. Dit klemt te meer nu partijen zelf een omgangsregeling hebben afgesproken waarbij de minderjarigen evenveel tijd bij elke ouder doorbrengen. Het verzoek van de vader wordt dan ook afgewezen. 4.5 De proceskosten zullen worden gecompenseerd. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af, compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, wijst af het anders of meer verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 15 oktober 2019 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.