Vonnis van 15 april 2020 Behorend bij A.R. no. 2000 van 2015/AUA201500272 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [eiseres], wonende in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres], gemachtigden (tot 27 september 2018): de advocaten mrs. M.M.M.C. Ecury, en S.M. Paesch, vanaf 27 september 2018 procederend in persoon, tegen: [gedaagde], wonende in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi. 1. DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot 6 februari 2019 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: -het op 11 april 2019 ter griffie ingediende deskundigenbericht van de heer E.C.T. Hsing; -de op 19 juni 2019 door [eiseres] genomen ‘conclusie’ na deskundigenbericht, bestaande uit een overgelegd taxatierapport opgemaakt door E. Tromp; -de op 28 augustus 2019 door [gedaagde] genomen conclusie na deskundigenbericht, met producties. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 De door [gedaagde] bij zijn conclusie na deskundigenbericht overgelegde producties blijven buiten beschouwing, nu [eiseres] niet heeft kunnen reageren op die producties. 2.2 De door [eiseres] genomen conclusie na deskundigenbericht behelst niet meer dan voormeld taxatierapport de voormalige echtelijk woning van partijen betreffende. Dat rapport blijft als niet ter zake doende buiten beschouwing. Uit rechtsoverweging 2.5.3 van het tussenvonnis van 4 november 2015 in verbinding met het tussenvonnis van 6 februari 2019 volgt immers dat het taxatierapport van de door het Gerecht benoemde taxateur, te weten de heer E.C.T. Hsing, voor partijen bindend is. 2.3 Uit dat rapport volgt dat de voor de verdeling in aanmerking te nemen actuele vrije marktwaarde van het onroerend goed Afl. 380.000,-- bedraagt, terwijl het Gerecht voor het bepalen eventuele door [eiseres] aan [gedaagde] te betalen gebruiksvergoeding de actuele marktwaarde van de voormalige echtelijke woning vaststelt op de waarde van het geheel gedeeld door het totaal bebouwde oppervlak ad 241 m2 vermenigvuldigd met het oppervlak van de woning ad 120 m2: aldus (380.000,-- : 241 = 1.577) x 121 ≈ Afl. 191.000,-- inclusief onderliggende grond. 2.4 Bij voormelde stand van zaken en de omstandigheid dat [eiseres] bij zijn laatste conclusie te kennen heeft gegeven dat hij het onroerend goed toebedeeld wenst te krijgen oordeelt het Gerecht het geraden om nogmaals een comparitie van partijen te gelasten. In verband met de coronacrisis kan daartoe thans geen dag en tijd worden bepaald. De zaak zal daarvoor worden verwezen naar de rolzitting van 13 mei 2020, tijdens welke de rolrechter de zaak al dan niet voor dag- en tijdbepaling comparitie van partijen naar ondergetekende rechter zal verwijzen. 2.5 [ eiseres] heeft ter zitting van 11 januari 2016 verklaard dat zij vanaf de echtscheiding van partijen per maand Afl. 1.800,-- aan huurinkomsten ontvangt voor het verhuren van de appartementen, met welke verklaring [gedaagde] akkoord is gegaan. Vast staat daarom in elk geval dat [eiseres] uit dien hoofde gerekend vanaf 4 april 2013, zijnde de datum waarop partijen van echt zijn gescheiden, tot 11 januari 2016 (33 maanden x 1.800,-- =) Afl. 59.400,-- aan huurpenningen heeft ontvangen. [gedaagde] heeft in beginsel recht op in ieder geval de helft van dat bedrag. Ter zitting dient [eiseres] zo mogelijk met documenten (betalingsbewijzen) onderbouwd kenbaar te maken voor het Gerecht en [gedaagde] hoeveel zij precies aan huurpenningen heeft ontvangen in de periode vanaf 11 januari 2016 tot heden. Aan het nalaten daarvan kan het Gerecht de hem juist voorkomende gevolgen verbinden, ook in het nadeel van [eiseres]. 2.6 Ter zitting is vast komen te staan dat [eiseres] vanaf 4 april 2013 tot in elk geval 11 januari 2016 de hypothecaire verplichtingen van partijen heeft betaald, maar niet duidelijk is toen geworden hoeveel [eiseres] in dat verband precies heeft betaald en evenmin is duidelijk geworden wat per of omstreeks 11 januari 2016 het saldo was van de hypothecaire schuld. [eiseres] wordt ter comparitie nogmaals in de gelegenheid gesteld die duidelijkheid te verschaffen. Zo dient [eiseres] met betalingsbewijs onderbouwd kenbaar te maken aan het Gerecht en aan [gedaagde]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.