Beschikking van 2 maart 2020 VOG nr. AUA202000277 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het klaagschrift als bedoeld in artikel 25 van de Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Lv VOG) van: [Klager], wonend in Aruba, KLAGER, procederend in persoon, tegen: de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van de Lv VOG, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. J.W. Klamer. PROCESVERLOOP Bij beschikking van 23 januari 2020 heeft verweerder het verzoek van klager om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. Op 29 januari 2020 heeft klager daartegen een klaagschrift ingediend. Verweerder heeft op 6 februari 2020 stukken ingediend. Het gerecht heeft de zaak behandeld in de raadkamer op 10 februari
- Klager is in persoon verschenen en verweerder is verschenen bij de gemachtigde voornoemd. Uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 15, tweede lid, van de Lv VOG houdt een verklaring omtrent het gedrag niet anders in dan dat de aangewezen ambtenaar uit het onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene ingesteld, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. 1.2 Ingevolge artikel 22, eerste lid, geeft de aangewezen ambtenaar een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven. De standpunten van partijen 2.1 Klager heeft verzocht om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag om als buschauffeur werkzaam te kunnen zijn bij [bedrijf]. 2.2 Bij de afwijzing heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, hem is gebleken van bezwaren tegen klager. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager verdachte is in twee openstaande zaken uit 2017, te weten zaak 1: primair openlijke geweldpleging, subsidiair mishandeling en zaak 2: mishandeling. Klager zal op 2 april 2020 worden gedagvaard. De beoordeling 3.1 Het Gerecht oordeelt dat gelet op de aard en de ernst van de gerezen verdenking - te weten openlijke geweldpleging en mishandeling - verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen de persoon van klager. Daarbij neemt het Gerecht ook in aanmerking het doel waarvoor afgifte is verzocht, namelijk het verrichten van werkzaamheden als buschauffeur, waarbij men onder meer verantwoordelijk is voor de veiligheid van de passagiers. Onder deze omstandigheden kan verweerder in redelijkheid weigeren de gevraagde verklaring af te geven. Het betoog faalt. Hetgeen klager voor het overige aanvoert, behoeft dan ook geen bespreking. 3.2 Gelet op het vorenoverwogene zal de klacht ongegrond worden verklaard. BESLISSING De rechter in dit gerecht: - verklaart de klacht ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, op 2 maart
- Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open (artikel 28, derde lid, van de Lv VOG).