Vonnis van 6 mei 2020 Behorend bij K.G. nr. AUA202000668 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [EISER 1], en [EISER 2], beiden wonende in Aruba, eisers, hierna gezamenlijk ook te noemen: [Eisers], gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand, tegen: [GEDAAGDE], wonende in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: [Gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. R.C. Samuels. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure, die in verband met beperkingen als gevolg van de coronacrisis met instemming van partijen geheel schriftelijk is gevoerd, blijkt uit: -het op 27 februari 2020 ter griffie ingediende verzoekschrift, met producties, -de op 6 april 2020 ingediende pleitnota annex conclusie van antwoord, met producties; -de op 9 april ingediende pleitnota annex conclusie van repliek, met producties; -de op 14 april 2020 ingediende conclusie van dupliek. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ Eisers] vorderen dat het Gerecht bij uitvoerbaar te verklaren vonnis: a. [Gedaagde] verbiedt de op het hierna omschreven perceel erfpachtsgrond gebouwde fundering te beschadigen danwel te verwijderen tot het moment dat het Land Aruba dan wel dit Gerecht een definitieve beslissing heeft genomen ten aanzien dat recht van erfpacht, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van Afl. 25.000,-- voor het geval [Gedaagde] dat verbod overtreedt; b. [Gedaagde] veroordeelt in de proceskosten. 2.2 [ Gedaagde] voert verweer concludeert tot afwijzing van het door [Eisers] verzochte en tot veroordeling van hen in de proceskosten. 2.3 Voorzover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Het spoedeisend belang van [Eisers] bij hun vordering volgt uit de aard van die vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. 3.2.1 Tussen partijen staat in elk geval het volgende vast. 3.2.2 [ Gedaagde] op heeft 8 maart 2006 het recht van erfpacht verkregen van een bij partijen genoegzaam bekend perceel domeingrond gelegen in Aruba te Alto Vista groot circa 599 m2 (hierna: het recht van erfpacht). 3.2.3 Op enig voor 11 september 2007 gelegen moment is er op illegale wijze een fundering (voor de bouw van een woning) gebouwd op het recht van erfpacht. De strekking en geest van de in dat verband aan [Gedaagde] gerichte brief van het Land van 11 september 2007 is dat die fundering moet worden afgebroken als niet binnen 30 dagen na dagtekening van die brief de bouw van die fundering alsnog wordt gelegaliseerd door indiening ter goedkeuring van een daarmee overeenstemmende bouwtekening. 3.2.4 Op 29 november 2008 heeft [Gedaagde] het recht van erfpacht krachtens een daartoe tussen partijen gesloten overeenkomst (hierna de koopovereenkomst) verkocht aan [Eisers], ter zake van welke koop partijen op 15 februari 2014 nader hebben afgesproken dat [Eisers] Afl. 27.030,-- dienden te betalen ten tijde van de notariële overdracht aan [Eisers] van het recht van erfpacht. [Eisers] hebben een deel van die koopsom betaald aan [Gedaagde]. 3.2.5 Bij brief van 29 juli 2014 hebben partijen aan de daartoe bevoegde minister toestemming verzocht voor de overdracht van het recht van erfpacht van [Gedaagde] aan [Eisers]. Dat verzoek is onbeantwoord gebleven. 3.2.6 Bij brief van 27 juni 2019 is [Gedaagde] namens de daartoe bevoegde minister in gebreke gesteld ter zake van uit de tussen het Land Aruba en [Gedaagde] gesloten overeenkomst met betrekking tot het recht van erfpacht. Die brief vermeldt onder meer het volgende: “(…). Conform artikel 7 lid 1 Landsverordening uitgifte eigendommen is de erfpachter verplicht binnen 6 maanden na de inschrijving van de akte van erfpachtverlening in de openbare registers, met de bebouwing van het woonhuis en afrastering van het perceel aan te vangen en die bebouwing regelmatig voort te zetten. Naar aanleiding van het hierboven aangehaalde en de hierna te noemen reden bent u in gebreke met uw verplichting die voortvloeit uit de erfpachtovereenkomst waarvan akte d.d. 8 maart 2006. U wordt dezerzijds in gebreke gesteld aangezien u tot op heden geen aanvang danwel onvoldoende (…) voortgang heeft gemaakt met de bouw van uw woonhuis. Tevens is geconstateerd dat uw perceel onderhands in strijd met de erfpachtvoorwaarden te koop heeft aangeboden (verkocht). Bovendien over twee achtereenvolgende jaar in verzuim is met betaling van erfpachtcanon. Mocht de gronden voor de ingebrekestelling, niet in een redelijke termijn, zijnde een periode van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.