Beschikking van 28 januari 2020 behorend bij EJ. nr. AUA201902492 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [verzoeker 1] en [verzoeker 2], Beiden wonende in Aruba, VERZOEKS, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, Belanghebbende: DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND, hierna: de ambtenaar, gemachtigde: mr. J.M.A.M. Ponsioen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 26 juli 2019, het advies van de ambtenaar, ingediend op 7 oktober 2019, de mondelinge behandeling ter zitting van 8 oktober 2019, waar zijn verschenen verzoekers bij hun gemachtigde voornoemd en de ambtenaar bij de gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN Verzoekers zijn op [trouwdatum] in New York, Verenigde Staten van Amerika, met elkaar getrouwd. 3HET VERZOEK Verzoekers verzoeken het gerecht om voor recht te verklaren dat hun huwelijksakte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het huwelijksregister dan wel een van de registers van de burgerlijke stand, zulks uitvoerbaar bij voorraad. Daartoe stellen zij dat hun belang bij dit verzoek is gelegen in de registratie van hun huwelijk in een register hier te lande. Ter zitting van 8 oktober 2019 hebben verzoekers zich gerefereerd aan het oordeel van het gerecht met betrekking tot de proceskostenveroordeling. 4DE BEOORDELING 4.1 Het verzoek is gegrond op artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek Van Aruba (BW). Voor zover hier van belang kan op grond van deze bepaling een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, de rechter in eerste aanleg verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Aruba opgemaakte akte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand. 4.2 Nu het gaat om de afgifte van een verklaring voor recht met betrekking tot een in het buitenland opgemaakte huwelijksakte, en bij de burgerlijke stand registers van geboorten, van huwelijken en van overlijden bestaan (artikel 1:17 BW), zijn verzoekers ontvankelijk in hun verzoek. 4.3 Gebleken is dat de heer [verzoeker 1] op [trouwdatum] in Quimbaya, Colombia in het huwelijk is getreden met [echtgenote], terwijl niet is gebleken dat zijn huwelijk met verzoekster op dat moment door echtscheiding of anderszins was ontbonden. Volgens de ambtenaar heeft verzoeker [verzoeker 1] ten overstaan van de ambtenaar verklaard, dat hij mevrouw [echtgenote] had gemachtigd “om met de handschoen te trouwen wanneer hij gescheiden was”, en dat hij destijds bezig was met de echtscheiding in de Verenigde Staten van Amerika, maar dat mevrouw [echtgenot] tegen de afspraken in het Colombiaans huwelijk heeft voltrokken voordat hij was gescheiden. Van een echtscheiding tussen verzoekers is niet gebleken. De ambtenaar heeft naar aanleiding hiervan geconcludeerd dat het huwelijk van verzoekers kan worden ingeschreven in het bevolkingsregister en stelt – onweersproken – dat dat inmiddels is gebeurd. 4.4 Nu het huwelijk van verzoekers inmiddels is geregistreerd en opgenomen in een register, hebben verzoekers geen belang bij onderhavig verzoek. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 28 januari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.