Vonnis van 20 mei 2020 Behorend bij AUA201802155 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISERES], te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: [Eiseres], gemachtigde: de advocaat mr. R.J. Kock, tegen: [GEDAAGDE], te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [Gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot en met 3 april 2019 blijkt uit het tussenvonnis van die datum, waarin een comparitie van partijen is gelast. Het verdere verloop blijkt uit: - het proces verbaal van de op 20 juni 2019 gehouden comparitie van partijen; - de akte na comparitie van [eiseres] d.d. 25 september 2019 met producties; - de antwoordakte van [gedaagde] d.d. 23 oktober 2019 met producties; - de brief d.d. 4 november 2019 van de gemachtigde van [eiseres]. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2HET GESCHIL 2.1 Bij inleidend verzoekschrift heeft [eiseres] een vordering ingediend tot vaststelling van de verdeling van de tussen partijen bestaande ontbonden huwelijksgoederengemeen-schap, waarbij door [eiseres] tevens een voorstel is gedaan ten aanzien van de wijze van verdeling. 2.2 [ Gedaagde] heeft verweer gevoerd en heeft in reconventie verdeling gevorderd van de huwelijksgoederengemeenschap op de wijze zoals door hem voorgesteld. 3DE BEOORDELING De peildatum 3.1 Partijen hebben tijdens de comparitie beiden verklaard dat de echtscheidings-beschikking d.d. 23 juni 2014 op 29 augustus 2014 is ingeschreven in het daartoe bestemde register van de burgerlijke stand (Censo). Voor de bepaling van de omvang van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap is deze datum (hierna: de peildatum) dus beslissend. De tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende activa 3.2 Partijen zijn het erover eens dat op het moment van de peildatum tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorden de navolgende activa die nog tussen partijen moeten worden verdeeld: - de voormalige echtelijke woning gelegen aan het adres [adres] (hierna: de woning); - 50% van de aandelen in de vennootschap [naam vennootschap] (hierna: [naam vennootschap]); - gereedschappen van [gedaagde]. De tot de huwelijksgoederengemeenschap behorende schulden 3.3 Partijen zijn het erover eens dat op het moment van de peildatum tot de huwelijksgoederengemeenschap behoorden de navolgende schulden: - hypothecaire lening bij de Arubabank in verband met de financiering van de woning; - een schuld uit hoofde van een persoonlijke lening aan Island Finance; - een negatief saldo uit hoofde van de VisaCard; - een negatief saldo uit hoofde van de MasterCard. 3.4 Volgens [eiseres] behoren tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap ook nog de navolgende schulden: belastingen vanaf 2010; grondbelasting na 2011; een schuld aan de KvK; een schuld aan de Arubabank. De wijze van verdeling - de woning [adres], de hypothecaire lening en schuld bij Arubabank 3.5 [ Eiseres] wenst dat de woning aan haar wordt toebedeeld. [Gedaagde] kan daarmee in beginsel instemmen. Partijen verschillen echter over de waarde van de woning. [Eiseres] waardeert de woning op Afl. 188.000,00. In zijn conclusie van antwoord heeft [gedaagde] gesteld dat de woning een waarde heeft van Afl. 220.000,00 en bij zijn antwoordakte heeft hij een taxatierapport overgelegd, waarin de waarde is bepaald op Afl. 282.675,00. De woning zal dus getaxeerd moeten worden. Het gerecht wenst dit met partijen te bespreken op de nader te bepalen comparitie. 3.6 Partijen zijn het erover eens dat, indien de woning aan [eiseres] wordt toebedeeld, zij ook de hypothecaire lening voor haar rekening zal nemen. Partijen hebben, ondanks daartoe na de comparitie in de gelegenheid te zijn gesteld, geen inzicht geboden in de hoogte van de hypotheekschuld op de peildatum en het verloop van die schuld na die datum. Hieromtrent geldt het volgende. 3.7 Bij toedeling van de woning en de hypotheekschuld aan [eiseres], zal zij wegens overbedeling de helft van de overwaarde van de woning (taxatiewaarde – hypotheekschuld) aan [gedaagde] moeten vergoeden. Het gerecht zal daarbij uitgaan van de hypotheekschuld op de peildatum. Indien volgens [gedaagde] eventuele aflossingen van de hypotheekschuld na die datum nog voor zijn rekening zijn gekomen, dan heeft [gedaagde] recht op vergoeding van die aflossingen. Het is aan [gedaagde] om dergelijke aflossingen gemotiveerd te stellen. 3.8 Partijen zijn het er niet over eens welke rentevergoedingen er na de peildatum nog zijn betaald en in hoeverre hiervoor nog verrekeningen moeten plaatsvinden. Evenmin is er overeenstemming over een door [eiseres] te betalen gebruiksvergoeding voor de woning. Het gerecht wenst dit te bespreken met partijen op de nader te bepalen comparitie. 3.9 Ook indien het gerecht in geval van toewijzing van de woning aan [eiseres] bepaalt dat [eiseres] de verplichtingen uit hoofde van de hypothecaire leningen op zich moet nemen, blijft [gedaagde] jegens de bank verbonden voor de voldoening van die verplichtingen. Het gerecht kan ontslag uit die aansprakelijkheid niet bewerkstelligen. Het gerecht wenst met partijen te bespreken of de bank, in geval van toewijzing van de woning aan [eiseres], bereid zal zijn mee te werken aan ontslag van [gedaagde] uit zijn verplichtingen jegens de bank en of [gedaagde] met deze wijze van toedeling van de woning en de hypotheekschuld akkoord is indien hij niet uit zijn verplichtingen wordt ontslagen. 3.10 Tot slot zal [eiseres] dienen te onderbouwen dat de door haar gestelde schuld bij de Arubabank ad Afl. 4.193,70 het gevolg is van kosten die door de bank in rekening zijn gebracht in verband met de inning van de achterstand op de hypotheekschuld en het op de veiling brengen van de woning. - aandelen in [naam vennootschap] 3.11 Tussen partijen staat vast dat 50% van de aandelen in [naam vennootschap] in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vallen. De overige aandelen zijn eigendom van de zus van [eiseres]. [Eiseres] wenst dat de aandelen aan haar worden toebedeeld, [gedaagde] wenst toedeling van de aandelen aan hem. Daartoe stelt hij dat het enige vermogen van [naam vennootschap] een terrein is te (…) en dat hij hierop een woning wil bouwen. Het gerecht wenst met partijen te bespreken of de waarde van alle aandelen in [naam vennootschap] nog steeds kan worden gesteld op Afl. 67.000,00 (zoals besproken tijdens de vorige comparitie) en wat het belang is van [eiseres] bij toedeling van deze aandelen aan haar. - de gereedschappen 3.12 [ Gedaagde] heeft tijdens de vorige comparitie gesteld dat hij een boormachine en een cirkelzaag heeft meegenomen, die destijds 2 a 3 jaar oud waren. De rest van de machines had hij wel meegenomen, maar waren op dat moment reeds versleten. [Eiseres] heeft haar standpunt gehandhaafd dat een waarde van Afl. 5.000,00 voor de door [gedaagde] meegenomen gereedschappen reëel is. Het gerecht wenst met partijen te bespreken of het mogelijk is om omtrent de waarde van de gereedschappen overeenstemming te krijgen of dat hieromtrent bewijs zal moeten worden geleverd. - vordering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.