Behorend bij A.R. / E.J. AUA201900828 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [verzoekster], te Aruba, verzoekster, hierna ook te noemen: [verzoekster], gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, tegen de naamloze vennootschap PANADERIA MODERNA & HORECA N.V., gevestigd in Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: Panaderia, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van deze ambtshalve van de A.R.-rol naar de E.J.-rol verwezen procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met producties; - het verweerschrift, met producties; - de pleitaantekeningen van partijen; - de mondelinge behandeling van de zaak op 3 december 2019. 1.2 [ verzoekster] is ter zitting verschenen samen met mr. D.L. Emerencia, die occupeerde voor mr. G. de Hoogd. Namens Panaderia waren aanwezig mr. M.D. Tromp en de heer [naam directeur] (directeur van Panaderia). Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - mede aan de hand van overgelegde en voorgedragen pleitnota’s - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 1.3 De datum van beschikking is nader bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen. 2.2 [ verzoekster] is in het jaar 2015 in loondienst getreden van Panaderia, in de functie van helper c.q. broodinpakster. 2.3 [ verzoekster] is op 15 augustus 2016 arbeidsongeschikt verklaard door de Sociale Verzekeringsbank (de SVb). 2.4 Bij brief van 5 juli 2018 heeft [verzoekster] Panaderia aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en nog te lijden schade als gevolg van een beroepsziekte. De brieft luidt als volgt. “Zoals u bekend heeft cliënte tijdens werkzaamheden (kneden van deeg) een traumatische TVS opgelopen aan dig 4 van de linkerhand. Dat het TVS een gevolg is van de werkzaamheden bij u wordt bevestigd door zowel de behandelende specialisten, alsmede de huisarts. U heeft echter steeds aangegeven dat u de medische problemen van cliënte niet als een bedrijfsongeval ziet en niet gerelateerd aan haar werkzaamheden en geweigerd de daarvoor benodigde formulieren in te vullen, waardoor cliënte sinds haar arbeidsongeschiktheid van 5 juli 2017, geen 100% arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt. U heeft voorts niet meegewerkt aan de verlenging van de werkvergunning van cliënte daar deze haar werkzaamheden niet meer zou kunnen verrichten en u geen andere werkzaamheden voor haar heeft. Op dit moment heeft u een ontslagvergunning voor cliënte aangevraagd bij de directie arbeid. Op grond van het feit dat cliënte niet meer over een werkvergunning beschikt om bij u werkzaam te zijn zal deze worden toegewezen. Voorgaande neemt echter uw verantwoordelijkheid voor de geleden en nog te lijden schade van cliënte, die direct gerelateerd is aan haar werkzaamheden, niet weg. Alvorens nadere rechtsmaatregelen te nemen wenst cliënte u nog eenmaal in de gelegenheid te stellen deze kwestie in der minne te schikken. Hierbij verzoek, voor zo ver rechtens vereist sommeer ik u om mij uiterlijk 14 juli 2018, schriftelijke te berichten dat u de aansprakelijkheid voor de geleden en nog te lijden schade van cliënte uitdrukkelijk erkent en SVB informeert dat het hier een bedrijfsongeval betrof zodat cliënte de 20% aanvulling op haar arbeidsongeschiktheid uitkering als nog verkrijgt en voorts na haar ontslag in aanmerking komt voor een ongevallenuitkering. Bij gebreke waarvan cliënte u zonder verder uitstel in rechte zal betrekken.” 2.5 Panaderia heeft aan de sommatie zoals weergegeven in bovengenoemde brief geen gehoor gegeven. 2.6 [ verzoekster] was op 14 augustus 2018 twee jaar arbeidsongeschikt voor dezelfde gezondheidsklacht en ontvangt vanaf die datum op grond van de wet geen arbeidsongeschiktheidsuitkering meer. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ verzoekster] verzoekt het Gerecht om - zo het begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking: - voor recht te verklaren dat Panaderia aansprakelijk is voor de door haar geleden en nog te lijden letselschade aan de linkerhand, die het gevolg is van een bedrijfsongeval en/of een beroepsziekte en welke zich vanaf augustus 2016 heeft gemanifesteerd; enige andere beslissing te nemen die het Gerecht juist voorkomt; Panaderia te veroordelen in de kosten van de procedure. 3.2 [ verzoekster] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij letsel aan haar linkerhand, te weten een “triggerfinger”, heeft opgelopen, omdat zij in de uitoefening van haar werkzaamheden bij Panaderia langdurig herhaalde/dezelfde bewegingen moest verrichten. 3.3 Panaderia heeft verweer gevoerd en concludeert dat [verzoekster] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, dan wel tot afwijzing daarvan, met veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten. 4DE BEOORDELING 4.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [verzoekster] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek. Het ontvankelijkheidsverweer van Panaderia wordt daarom verworpen. 4.2 Ter onderbouwing van haar verzoek heeft [verzoekster] gesteld dat zij negen maanden lang, gedurende acht uur of soms langer per dag dezelfde bewegingen moest verrichten bij het inpakken van brood bij Panaderia. Volgens [verzoekster] bestonden haar werkzaamheden tot aan haar eerste arbeidsongeschiktheid in augustus 2016 vooral uit het, met een daartoe bestemde machine, sluiten van de met brood gevulde plasticzakken en het plaatsen van deze zakken op de broodrekken. Het sluiten van bedoelde zakken diende handmatig voortgezet te worden op momenten dat de machine buiten werking was. [verzoekster] heeft verder gesteld dat haar werkzaamheden pas na haar eerste arbeidsongeschiktheid enigszins zijn gewijzigd en dat deze wijziging bovendien op eigen initiatief is geschied. Verder heeft [verzoekster] ter onderbouwing van haar stelling dat zij in de uitoefening van haar werkzaamheden letsel heeft opgelopen, verwezen naar de door haar overgelegde patiëntenkaart van 21 mei 2018 van de huisarts en het aan de DIMAS gerichte schrijven van 2 maart 2018 van de specialist die [verzoekster] aan haar hand heeft geopereerd. 4.3 Panaderia heeft betwist dat de gezondheidsklachten van [verzoekster] zijn ontstaan in de uitoefening van haar werkzaamheden als broodinpakster bij Panaderia en dat deze klachten het gevolg zijn van de omstandigheden waaronder [verzoekster] haar werkzaamheden moest verrichten. Panaderia heeft gesteld dat haar dagelijkse totale productie van brood uit vijftien rekken bestaat en dat bedoelde totale productie onder drie broodinpaksters wordt verdeeld. Panaderia stelt in dat verband voorts dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.