← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2020:289

Vonnis van 1 juli 2020 Behorend bij AUA201901951 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de stichting FUNDACION CAS PA COMUNIDAD ARUBANO, te Aruba, eiseres, hierna: FCCA, gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes, tegen: [gedaagde], te Aruba, gedaagde, hierna: [gedaade], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties; - de conclusie van antwoord; - het vonnis van 13 november 2019 waarbij de comparitie van partijen is bevolen; - de nadere producties zijdens FCCA; - de mondelinge behandeling van 14 januari 2020; - de akte uitlating regeling tevens wijziging van eis zijdens FCCA. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 FCCA verhuurt aan [gedaagde] een woning, plaatselijk bekend als [adres] te Aruba (hierna: het gehuurde), op basis van een schriftelijke huurovereenkomst van 29 maart 2010. 3DE VORDERING EN DE VERWEREN 3.1 FCCA vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: a. de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde ontbindt althans ontbonden verklaart; b. [gedaagde] beveelt om binnen 1 maand na de uitspraak van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en goederen die zich aldaar bevinden; c. [gedaagde] veroordeelt om aan FCCA te betalen Afl. 18.343,- aan achterstallige huur, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 12 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met Afl. 870,50 per maand, onverminderd eventuele huurverhogingen, voor iedere maand dat [gedaagde] het gehuurde niet heeft ontruimd; d. [gedaagde] veroordeelt om aan FCCA te betalen Afl. 1.500,- aan buitengerechtelijke incassokosten; e. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten. 3.2 FCCA grondt de vordering erop dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting. 3.3 [ gedaagde] voert hiertegen verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 Uit het verzoekschrift valt een huurachterstand van Afl. 14.337,- per 30 april 2019 af te leiden. Uit het door FCCA als nadere productie overgelegde overzicht valt af te leiden dat de huurachterstand per 22 november 2019 Afl. 20.430,50 bedroeg en uit het bij de akte uitlating regeling tevens wijziging van eis overgelegde overzicht dat de achterstand per 1 april 2020 Afl. 18.343,- bedroeg. [gedaagde] heeft de huurachterstand erkend en te kennen gegeven dat zij zich in een moeilijke persoonlijke en financiële situatie bevond. Haar betalingsonmacht ontslaat haar echter niet van haar betalingsverplichtingen jegens FCCA. Vast is komen te staan dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting jegens FCCA. Het Gerecht zal de gevorderde hoofdsom van Afl. 18.343,- en de gevorderde wettelijke rente toewijzen. 4.2 Ter comparitie heeft [gedaagde] te kennen gegeven in het gehuurde te willen blijven wonen en een betalingsregeling te willen treffen. Partijen hebben hierover vervolgens afspraken gemaakt, waarbij FCCA zich bereid heeft verklaard de ontruiming te laten vallen, indien [gedaagde] huursubsidie aanvraagt, een afbetalingsregeling treft en zich bij de Directie Sociale Zaken meldt om haar bijstand te verlenen. Bij akte uitlating regeling heeft FCCA het Gerecht te kennen gegeven dat [gedaagde] zich niet aan deze regeling heeft gehouden, in het bijzonder dat [gedaagde] na een eenmalige betaling van Afl. 100,- op 6 februari 2020 geen betalingen meer heeft gedaan, zodat FCCA persisteert bij de gevorderde ontbinding en ontruiming. Onder deze omstandigheden en gelet op de omvang van de huurachterstand, die met zich brengt dat sprake is van een ernstige tekortkoming van de zijde van [gedaagde] ter zake van haar betalingsverplichtingen jegens FCCA, zodat deze tekortkoming de door FCCA gevorderde ontbinding van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en de ontruiming rechtvaardigt, worden deze op na te melden wijze toegewezen. Daarbij zal het Gerecht bepalen dat de titel tot ontruiming van het gehuurde niet ten uitvoer mag worden gelegd indien en voor zover van overheidswege in het kader van de volksgezondheid noodvrijheidsbeperkende maatregelen gelden in de zin van ‘shelter in place’ en/of een avondklok. 4.3 In rechte is voorts in voldoende mate komen vast te staan dat FCCA meer buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt dan die waarin artikel 63a Rv voorziet. Ingevolge het liquidatietarief zal het bedrag van Afl. 1.500,- (1,5 punt bij tarief 4) worden toegewezen. 4.4 [ gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van FCCA. 5DE BESLISSING Het Gerecht: 5.1 ontbindt de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot het in Aruba te [ades] gelegen perceel; 5.2 beveelt [gedaagde] om binnen 30 dagen na de betekening van dit vonnis aan haar voormeld perceel te ontruimen en te verlaten met alle personen en goederen die zich daarin bevinden; 5.3 bepaalt dat voormelde ontruimingstitel niet ten uitvoer mag worden gelegd en niet door [gedaagde] nageleefd hoeft te worden indien en voor zover in Aruba van overheidswege in het kader van de volksgezondheid noodvrijheidsbeperkende maatregelen gelden in de zin van ‘shelter in place’ en/of een avondklok; 5.4 veroordeelt [gedaagde] om aan FCCA te betalen het bedrag van Afl. 18.343,- aan achterstallige huur, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 12 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met Afl. 870,50 per maand, onverminderd eventuele huurverhogingen, voor iedere maand dat [gedaagde] het gehuurde niet heeft ontruimd; 5.5 veroordeelt [gedaagde] om aan FCCA te betalen een bedrag van Afl. 1.500,- aan buitengerechtelijke incassokosten; 5.6 veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van FCCA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 192,14 aan verschotten en Afl. 2.000,- aan salaris voor de gemachtigde; 5.7 verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2020 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.