← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2020:290

Vonnis van 1 juli 2020 Behorend bij A.R. AUA201802696 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in het incident tot voeging zijdens:

  1. de rechtspersoon naar vreemd recht NEW INDIA ASSURANDE COMPANY LTD.,
  2. de naamloze vennootschap NEW INDIA ASSURANCE REPRESENTATIVE N.V., hierna ook te noemen: New India c.s., gemachtigden: de advocaat mrs. A.F. Kuster en E.A.Th. Kuster, in de zaak van: [EISIER], te Aruba, hierna ook te noemen: [Eiser], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, tegen: [GEDAAGDE], te Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot en met 20 maart 2019 blijkt uit het vonnis in het incident tot vrijwaring van die datum. Het verdere verloop blijkt uit: - de incidentele vordering tot voeging (aan de zijde van [gedaagde]) van New India c.s., ingediend op de rol van 22 januari 2020; - de conclusie van repliek van 19 februari 2020; - de conclusie van antwoord in het voegingsincident zijdens [eiser], genomen op de rol van 20 mei
  3. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol van vandaag voor vonnis in het incident. 2HET VERZOEK New India c.s. vordert om in de hoofdzaak te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van [gedaagde] en – zo begrijpt het Gerecht - om haar in de gelegenheid te stellen om in de hoofdzaak een conclusie te nemen. 3DE BEOORDELING 3.1 De vordering is gebaseerd op artikel 214 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Ingevolge bedoeld artikel is een ieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, bevoegd om zich daarin te voegen. Ingevolge artikel 215 wordt het incident aangebracht ter terechtzitting op de dienende dag vóór of op die waarop de behandeling van het aanhangige rechtsgeding eindigt. 3.2 New India c.s. heeft gesteld belang te hebben om in de door [eiser] aanhangig gemaakte zaak tegen [gedaagde] zich aan de zijde van [gedaagde] te voegen, omdat zij op grond van de wet gehouden is de aansprakelijkheid van [gedaagde], waartoe de vordering in de hoofdzaak strekt, te dekken. In dat verband heeft New India c.s. verder gesteld te willen voorkomen dat [gedaagde] in de hoofdzaak aansprakelijk wordt gesteld voor de door [eiser] gestelde schade, althans belang te hebben dat de hoogte van de schade wordt beperkt. 3.3 [ Eiser] heeft in haar conclusie van antwoord in het voegingsincident te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen de gevorderde voeging. Het Gerecht constateert dat [gedaagde] niet in de gelegenheid is gesteld om een conclusie van antwoord te nemen op bedoelde vordering. Ondanks deze omstandigheid is het Gerecht van oordeel dat [gedaagde], gelet op het tijdsverloop sinds de indiening van de incidentele vordering tot voeging zijdens New India c.s. ter zitting, welk stuk ook aan de gemachtigde van [gedaagde] is overhandigd, voldoende gelegenheid heeft gehad om daartegen te protesteren. Nu [gedaagde] dit niet heeft gedaan, gaat het Gerecht ervan uit dat [gedaagde] het eens is dat New India c.s. aan zijn zijde voegt. Gelet hierop en nu het Gerecht van oordeel is dat New India c.s. voldoende belang heeft bij voeging aan de zijde van [gedaagde], zal de incidentele vordering tot voeging worden toegewezen. 3.4 Het Gerecht hecht eraan New India c.s. erop te wijzen dat zij het geding aantreft in de stand waarin het zich bevindt en zoals die in het dictum is opgenomen. 3.5 De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in de hoofdzaak wordt beslist. 4DE UITSPRAAK: Het Gerecht: in het incident tot voeging staat New India c.s. toe zich in de hoofzaak te voegen aan de zijde van [gedaagde]; houdt iedere verdere beslissing in het incident aan; in de hoofdzaak verwijst de zaak naar de rol van 23 september 2020 voor het nemen van conclusie van dupliek aan de zijde van [gedaagde] en New India c.s. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2020 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.