Beschikking van 20 oktober 2020 Behorend bij EJ AUA201901520 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [verzoekster], wonend in Aruba, hierna te noemen: [verzoekster], gemachtigde: de advocaten mr. J.M. de Cuba en mr. D.C. Lopez Paz, tegen: Steve N Rix Property Services N.V. h.o.d.n. FORD PROPERTY MANAGEMENT SERVICES, gevestigd in Aruba, hierna te noemen: Ford, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock. 1DE VERDERE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot en met 3 december 2019 blijkt uit de tussenbeschikking van dit Gerecht van die datum. [verzoekster] is bij die beschikking in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - de akte zijdens [verzoekster], met producties; - de contra-akte zijdens Ford, met producties; - de akte uitlating producties zijdens [verzoekster]. 1.2 Beschikking is nader bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING in conventie 2.1 Bij voormelde tussenbeschikking van 3 december 2019 heeft het Gerecht [verzoekster] belast met het bewijs van haar stelling dat partijen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen dat Ford aan [verzoekster] achterstallig salaris tot een bedrag van Afl. 16.920,- netto betaalt. Daartoe heeft het Gerecht overwogen dat op [verzoekster] de bewijslast ter zake rust en dat Ford deze stelling gemotiveerd heeft betwist. 2.2 [ verzoekster] stelt zich op het standpunt dat ze voormelde stelling reeds voor de tussenbeschikking genoegzaam heeft bewezen en verzoekt het Gerecht om op de in de tussenbeschikking gegeven bewijslastverdeling terug te komen. Het Gerecht begrijpt dit betoog aldus dat het Gerecht volgens [verzoekster] ten onrechte niet door haar voorshands bewezen heeft geacht dat partijen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen dat Ford aan [verzoekster] achterstallig salaris tot een bedrag van Afl. 16.920,- netto betaalt. 2.3 Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (onder meer HR 16 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AM2358) geldt voor een eindbeslissing de, op beperking van het processuele debat gerichte, regel dat daarvan in dezelfde instantie niet meer kan worden teruggekomen, behoudens indien bijzondere, door de rechter in zijn desbetreffende beslissing nauwkeurig aan te geven omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan de eindbeslissing in kwestie zou zijn gebonden. Dit laatste kan met name het geval zijn indien sprake is van een evidente feitelijke of juridische misslag van de rechter of indien de desbetreffende beslissing blijkt te berusten op een, niet aan de belanghebbende partij toe te rekenen, onjuiste feitelijke grondslag. Anders dan [verzoekster] betoogt, is de beslissing van het Gerecht dat zij met de bewijslast van haar stelling is belast, geen beslissing onder voorbehoud, maar een uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven beslissing omtrent de bewijslastverdeling. [verzoekster] heeft niet gemotiveerd betoogd dat en waarom voormelde eindbeslissing van het Gerecht op een evidente feitelijke of juridische misslag van het Gerecht dan wel op een niet aan [verzoekster] toe te rekenen onjuiste feitelijke grondslag berust. Gelet hierop, ziet het Gerecht geen grond om terug te komen van de aldus gegeven eindbeslissing. 2.4 Het Gerecht is voorts van oordeel dat [verzoekster] niet is geslaagd in het opgedragen bewijs van de stelling dat partijen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen dat Ford aan [verzoekster] achterstallig salaris tot een bedrag van Afl. 16.920,- netto betaalt. Daartoe wordt als volgt overwogen. In de door [verzoekster] overgelegde e‑mailcorrespondentie, waaruit volgens haar valt af te leiden dat zij de woningen [adres], [adres] en [adres] voor Ford heeft verkocht, is geen aanknopingspunt te vinden voor de stelling dat hetgeen Ford haar daarvoor verschuldigd is, zijn grondslag vindt in de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Integendeel, uit de door Ford overgelegde factuur van Holistica Property Management van 23 augustus 2018, valt af te leiden dat Holistica Property Management – een onderneming van [verzoekster] – Ford een bedrag van Afl. 16.918,92 aan commissie in rekening brengt, voor de verkoop van precies deze woningen in 2016 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.