Vonnis van 11 november 2020 Behorend bij A.R. no. AUA201900697 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de vennootschap naar buitenlands recht EXHIBITIONS CARGO USA, gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika, eiseres, hierna ook te noemen: ECU, gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd, tegen: de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTERPORT LOGISTICS VBA, gevestigd in Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: Interport, gemachtigden: de advocaten mrs. D.C.A. Crouch en Z.J.E. Paesch. 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Het procesverloop blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -de conclusie van antwoord, met producties; -de conclusie van repliek tevens houdende een akte vermindering van eis, met producties; -de conclusie van dupliek, met producties; -de door ECU genomen akte uitlating producties. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 ECU verzoekt dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. Interport veroordeelt om aan ECU tegen behoorlijke kwijting te betalen US$. 10.916,16, of het equivalent daarvan in Arubaans courant, aan schadevergoeding; b. Interport veroordeelt in de proceskosten. 2.2.1 Interport voert verweer en concludeert primair dat ECU niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, en tot veroordeling van ECU in de kosten en nakosten van deze procedure. 2.2.2Subsidiair concludeert Interport dat in geval zij aansprakelijk wordt geoordeeld voor door ECU geleden schade het schadevergoedingsbedrag wordt bepaald op hooguit Afl. 251,75, met veroordeling van ECU in de kosten en nakosten van deze procedure. 2.2.3 In geval van toewijzing van een door haar te betalen schadebedrag hoger dan Afl. 251,75 concludeert Interport meer subsidiair tot afwijzing van het verzoek van ECU om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, althans dat het Gerecht aan die veroordeling de voorwaarde verbindt dat ECU zekerheid dient te stellen ter hoogte van het bedrag tot betaling waarvan Interport wordt veroordeeld. 2.3 Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat ECU niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van ECU wordt daarom verworpen. 3.2 Niet in geschil is tussen partijen het volgende. ECU heeft op enig - zo begrijpt het Gerecht - op of omstreeks 6 februari 2018 gelegen moment een voor het Ritz Carlton Aruba Hotel (hierna: het hotel) bestemde lading (hierna: de vracht) met luchtvaartmaatschappij Amerijet vervoerd vanuit de USA naar Aruba. Die vracht is na aankomst in Aruba gecontroleerd door de douane op 6 februari 2018. Partijen zijn overeengekomen dat Interport de vracht na ontvangst daarvan verder zou afhandelen en bezorgen/afleveren bij het hotel. Interport heeft de vracht in ontvangst genomen op 7 februari 2018. Op 8 februari 2018 om omstreeks 10:00 uur heeft Interport de vracht bezorgd/afgeleverd bij het Hotel. 3.3 In het licht van vorenstaande stelt ECU dat van de vracht deel uitmaakte een doos met zonnebrillen van het merk Ray Ban met een waarde van US$ 9.301,50. Volgens ECU heeft Interport ook die doos met brillen na aankomst daarvan in Aruba en controle daarvan door de douane in ontvangst genomen op 7 februari 2020 ter aflevering daarvan bij het hotel. Die aflevering is uitgebleven omdat bedoelde doos met zonnebrillen is weggeraakt terwijl die nog in bezit was van Interport. Aldus pleegt Interport wanprestatie en is zij aansprakelijk voor de door ECU als gevolg daarvan geleden schade, die ECU begroot op het door haar in hoofdsom gevorderde bedrag, aldus telkens ECU. Interport heeft dit hele betoog van ECU gemotiveerd bestreden waardoor het vooralsnog niet vast staat. 3.4 Nu ECU bewijslevering heeft aangeboden zal zij in de gelegenheid worden gesteld om door middel van het doen horen van getuigen te bewijzen dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.