Beschikking van 11 februari 2020 behorend bij EJ nr. AUA201903230 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [Naam verzoeker], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder, wonende in Aruba, VERZOEKER, procederend in persoon, Belanghebbenden: [Naam belanghebbende I], de betrokkene, [Naam belanghebbende II], de zoon van de betrokkene, [Naam belanghebbende III], de zus van de betrokkene, tevens voorgestelde opvolgende bewindvoerder. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 19 september 2019, het verweerschrift/verzoekschrift van de zus van betrokkene, van 3 oktober 2019, de mondelinge behandeling ter zitting van 10 december 2019, waarbij verzoeker, de zoon van de betrokkene en de zus van de betrokkene in persoon zijn verschenen, een financieel verslag opgemaakt door de bewindvoerder en ingediend op 14 januari
- De uitspraak is bepaald op heden. 2HET VERZOEK Het verzoek van de bewindvoerder strekt tot zijn ontslag als bewindvoerder. Het verweer c.q. verzoek van de zus van de betrokkene strekt tot haar benoeming als opvolgend bewindvoerder. 3DE FEITEN Bij beschikking van 8 januari 2019 (behorend bij EJ nr. AUA201801046) zijn alle goederen van de betrokkene voor onbepaalde tijd onder bewind gesteld, en is de bewindvoerder als zodanig benoemd. 3DE BEOORDELING 3.1 Het verzoek is gegrond op artikel 1:448 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge het eerste lid, aanhef en onder sub e eindigt de taak van de bewindvoerder door ontslag, dat hem met ingang van een bepaalde dag door de rechter wordt verleend. Voor zover hier van belang bepaalt het tweede lid dat het ontslag op eigen verzoek wordt verleend. 3.2 Aan zijn verzoek heeft de bewindvoerder ten grondslag gelegd dat hij niet langer bereid is bewindvoerder te zijn. De zus van de betrokkene heeft zich bereid verklaard te worden benoemd als bewindvoerder. Nu van bezwaren tegen deze bewindvoerder niet is gebleken, zal het gerecht de bewindvoerder ontslaan en de zus van de betrokkene als opvolgend bewindvoerder benoemen. 3.3 Ingevolge artikel 1:436, lid 1 BW dient de bewindvoerder zo spoedig mogelijk een beschrijving van de aan het bewind onderworpen goederen opmaken en een afschrift daarvan ter griffie van dit gerecht inleveren. Het gerecht zal de termijn in dit geval bepalen op drie maanden. 3.4 De bewindvoerder dient verder ingevolge artikel 1:445 lid 1 BW jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording af te leggen aan de rechthebbende. De rekening en verantwoording wordt afgelegd ten overstaan van de rechter in eerste aanleg, voor het eerst uiterlijk op 1 juni
- 4DE BESLISSING Het gerecht: - ontslaat met ingang van heden [naam verzoeker] als bewindvoerder over de onder bewind gestelde goederen van [naam belanghebbende I], geboren op [geboortedatum] in Aruba, - benoemt met ingang van heden [naam belanghebbende III], geboren op [geboortedatum] in Aruba, tot bewindvoerder over voornoemde goederen, - bepaalt dat de bewindvoerder uiterlijk maandag 11 mei 2020 een afschrift van een opgemaakte beschrijving van de aan het bewind onderworpen goederen zal inleveren bij de griffie van dit gerecht, Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag 11 februari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.