← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2020:526

Vonnis in kort geding van 2 december 2020 Behorend bij AUA202002658 KG GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [naam eiser] te Aruba, EISER, hierna ook te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. S.M. Paesch, tegen: de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CIDIN CORPORATION VBA H.O.D.N. CIDIN GENERAL CONTRACTORS, te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: CIDIN, niet verschenen. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 27 oktober 2020; - de mondelinge behandeling op 12 november 2020. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 [ eiser] is in september 2019 bij CIDIN in dienst getreden, laatstelijk in de functie van helper tegen een salaris van Afl. 1.600,- per quincena. 2.2 Op 27 maart 2020 is [eiser] naar huis gestuurd zonder doorbetaling van loon. 2.3 [ eiser] heeft sindsdien twee keer loonsubsidie ontvangen, te weten Afl. 1.200,- voor de maand mei 2020 en ad Afl. 2.500,- voor de maand juli 2020. 2.4 Bij brief van 25 september 2020 heeft [eiser] de nietigheid van het ontslag ingeroepen, zich beschikbaar gehouden de bedongen arbeid te blijven verrichten en aanspraak gemaakt op doorbetaling van zijn salaris. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Naast verlof tot kosteloos procederen vordert [eiser] dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: a.

  1. a)CIDIN beveelt om het loon aan [eiser] sedert 27 maart 2020 bij wijze van voorschot door te betalen, verminderd met Afl. 3.700,-, en door te blijven betalen, te vermeerderen met de vertragingsrente ex artikel 7A:1614q BW, en de wettelijke rente, totdat het dienstverband rechtsgeldig zal zijn beëindigd;
  2. b)CIDIN gebiedt om, binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis, [eiser] toe te laten op het werk om de bedongen werkzaamheden van helper uit te voeren, op straffe van een dwangsom van Afl. 500,- voor iedere dag dat CIDIN aan dit gebod niet voldoet een en ander met een maximum van Afl. 100.000,-;
  3. c)danwel enig andere voorlopige voorziening treft die het Gerecht in goede justitie geraden acht;
  4. d)CIDIN veroordeelt in de kosten, alsmede in de nakosten van deze procedure. 3.2 [ eiser] grondt de vordering erop dat er geen sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet en dat CIDIN geen ontslagvergunning heeft van de directeur van Directie Arbeid en Onderzoek van Aruba. 3.3 CIDIN is, ondanks deugdelijk te zijn opgeroepen, niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. 4DE BEOORDELING 4.1 Tegen de niet verschenen CIDIN, die behoorlijk is opgeroepen, wordt verstek verleend. 4.2 Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zal aan [eiser] toestemming worden verleend om kosteloos te procederen. 4.3 De spoedeisendheid van de gevraagde voorzieningen volgt uit aard van de vorderingen. 4.4 De vorderingen van [eiser] om CIDIN te veroordelen tot doorbetaling loon, wedertewerkstelling en proceskostenvergoeding komt het Gerecht, behoudens het hiernavolgende, ingevolge artikel 79 lid 1 Rv niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden daarom toegewezen. 4.5 Het Gerecht ziet aanleiding de vordering tot betaling van de wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7A:1614q BW op 15% te stellen en de wettelijke rente toe te wijzen vanaf datum indiening verzoekschrift. Uit het door [eiser] overgelegd rapport van de Directie Arbeid & Onderzoek (verzoekschrift, prod. 3) volgt dat contracten met CIDIN zijn stopgezet in verband met de Covid-19 pandemie en dat er thans onvoldoende werk is. Niet is gebleken dat CIDIN in het geheel geen werk meer heeft voor [eiser]. Om die reden zal aan de veroordeling tot wedertewerkstelling geen dwangsom worden verbonden. 4.6 CIDIN zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op Afl. 205,65 aan explootkosten en op Afl. 1.000,- aan salaris van gemachtigde. De nakosten worden toegewezen conform het nieuwe procesreglement. De overige kosten, te weten Afl. 450,- aan griffierecht, dienen aan de griffier van dit Gerecht te worden voldaan. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit Gerecht, recht doende in kort geding bij verstek: 5.1 verleent [eiser] toestemming om kosteloos te mogen procederen; 5.2 veroordeelt CIDIN tot betaling aan [eiser] van het loon vanaf 27 maart 2020 tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde zal zijn gekomen, verminderd met het ontvangen loonsubsidie ad Afl. 3.700,-, verhoogd met de wettelijke verhoging van artikel 7A:1614q BW tot een maximum van 15% over de verschenen loontermijnen en vermeerderd met de wettelijke rente over het achterstallig loon, vanaf 27 oktober 2020; 5.3 gebiedt CIDIN om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis, [eiser] toe te laten op het werk en in staat te stellen om de bedongen werkzaamheden van helper uit te voeren; 5.4 veroordeelt CIDIN in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiser] worden begroot op Afl. 229,- aan explootkosten, Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde en Afl. 250,- aan nakosten gemachtigdensalaris met verhoging van Afl. 150,- in geval van betekening van dit vonnis. De overige kosten, te weten Afl. 450,- aan griffierechten, dienen aan de griffier van dit Gerecht te worden voldaan; 5.5 verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.6 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 2 december 2020 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.