Beschikking van 17 november 2020 Behorend bij E.J. no. AUA202002243 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: de naamloze vennootschap DIVI ARUBA SALES CONSULTANTS N.V., te Aruba, verzoekster, hierna ook te noemen: Divi, gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios. tegen: [Naam Verweerster], te Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: [verweerster], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met producties; - producties zijdens partijen; - de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 20 oktober
- 1.2 Divi is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door de heer [naam medewerker I] (Marketingmanager van Divi), de heer [naam medewerker II] (Project Director bij Divi) en de heer [naam medewerker III] (Shopsteward en Sales Representative van Divi). [Verweerster] is verschenen bij haar gemachtigde. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd, mede aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Het ter zitting gewijzigd verzoek strekt ertoe dat het Gerecht bij beschikking de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang, danwel op een door het Gerecht te bepalen ander tijdstip, ontbindt op grond van gewichtige redenen in de zin van gewijzigde omstandigheden voor het geval die overeenkomst blijkens rechterlijk gewijsde nog bestaat, zonder toekenning aan [verweerster] van een door Divi te betalen billijkheidsvergoeding, met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten. 2.2 [ Verweerster] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door Divi verzochte, met veroordeling van Divi in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad. 2.3 Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Bij beschikking van dit Gerecht van 15 september 2020 in de tussen partijen gevoerde bodemprocedure met als zaaknummer AUA201904438 met [verweerster] als verzoekster en Divi als verweerster (hierna: de beschikking) heeft het Gerecht ter zake van het door Divi op 3 september 2019 aan [verweerster] gegeven ontslag op staande voet onder rubriek 2 van de beschikking feiten vastgesteld. De ontbindingsrechter maakt die feitenvaststelling, die hier als herhaald en ingelast heeft te gelden, als zijnde onbestreden tot de zijne. 3.2 Divi stelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat de arbeidsovereenkomst om die reden dadelijk dan wel op korte termijn behoort te eindigen. Volgens Divi is het vertrouwen tussen partijen dusdanig geschaad dat van een vruchtbare samenwerking geen sprake meer is. [Verweerster] heeft immers op 25 augustus 2019 in ruil voor commissie/geld - tegen alle regels en instructies in - onder werktijd verkoopactiviteiten verricht voor derden, meer in het bijzonder heeft [verweerster] op bedoelde dag actief meegedaan aan de verkoop van twee kaartje voor een “morning sail & snorkeltour” aan toeristen, terwijl 1) het niet de taak is van [verweerster] om enige (tour)activiteiten te verkopen en 2) het bovendien ging om een niet-geautoriseerde (tour)activiteit, zijnde een activiteit die niet afkomstig is van een bedrijf waarmee Divi samenwerkt, aldus Divi. 3.3 Divi heeft haar stelling, dat sprake is van bedoelde vertrouwensbreuk, gegrond op de hierboven in overweging 3.2 geschetste gedragingen van [verweerster]. Bedoelde gedragingen betreffen echter dezelfde gedragingen die Divi aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd. Die door Divi gestelde gedragingen zijn tijdens de bodemprocedure door de bodemrechter gewogen, welke weging of beoordeling heeft geleid tot het oordeel dat die niet zijn komen vast te staan en dat daarom geen sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Ook dat oordeel heeft hier als herhaald en ingelast te gelden, nu er geen aanleiding of grond bestaat om thans tot een andersluidend oordeel te komen. Nu de door Divi gestelde gedragingen niet komen vast te staan en het Gerecht evenmin grond of aanleiding ziet voor het oordeel dat dat door Divi gestelde voldoende aannemelijk is, is het Gerecht anders dan Divi van oordeel dat er geen sprake is van een rechtens te respecteren vertrouwensbreuk tussen partijen. 3.4 De slotsom luidt dat het Gerecht geen gewichtige reden ziet voor (voorwaardelijke) ontbinding van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. Het verzoek daartoe van Divi zal daarom worden afgewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een andersluidend oordeel kunnen dragen. 3.5 Divi zal, als de in het ongelijk gestelde partij, uitvoerbaar bij voorraad worden verwezen in de proceskosten van [verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 5). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: - wijst af het door Divi verzochte; - veroordeelt Divi in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerster], tot aan deze uitspraak begroot Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde; - verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 17 november
- Datum uitspraak: 17 november 2020 Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Zaaknummer: EJ nr. AUA202002243 Inhoudsindicatie: EJ. Arbeid. vertrouwensbreuk. Formele relaties (optioneel): Rechtsgebieden: Civiel. Arbeid. Rechter: mr. A.H.M. van de Leur Bijzondere kenmerken: