← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2020:560

Beschikking van 15 december 2020 Behorend bij E.J. no. AUA202001818 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [Naam verzoekster], wonende in Aruba, verzoekster, hierna ook te noemen: [verzoekster], procederend in persoon, tegen: de naamloze vennootschap ARUBIANA INN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ (AIX) N.V., gevestigd in Aruba, verweerster, hierna ook te noemen: Arubiana Inn, procederend bij haar statutair directeur mevrouw [naam directeur]. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -het verweerschrift; -de mondelinge behandeling van de zaak te terechtzitting van 3 november

  1. 1.2 [ verzoekster] is in persoon ter zitting verschenen. Arubiana Inn is verschenen bij mevrouw [naam directeur] voornoemd. Partijen hebben bij wijze van re- en dupliek het woord gevoerd 1.3 Beschikking is bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ Verzoekster] verzoekt – zo het Gerecht begrijpt – dat Arubiana Inn wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 6.882,04 ten titel van nakoming van een tussen partijen op 28 februari 2020 gesloten overeenkomst. 2.2 Arubiana inn voert verweer strekkende tot vermindering van het door [verzoekster] gevorderde bedrag. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Vast staat tussen partijen het volgende. [Verzoekster] was als schoonmaakster in loondienst van Arubiana Inn. Op 28 februari 2020 hebben partijen een overeenkomst gesloten krachtens welke het dienstverband van [verzoekster] bij Arubiana Inn met wederzijds goedvinden is beëindigd (hierna: de beëindigingsovereenkomst). Partijen zijn bij die overeenkomst overeengekomen dat Arubiana Inn het thans door [verzoekster] in hoofdsom gevorderde bedrag als beëindigingsvergoeding uiterlijk op 30 april 2020 zou betalen aan [verzoekster]. Betaling van dat thans opeisbare bedrag is uitgebleven. 3.2 Arubiana Inn heeft de hoogte van het gevorderde bedrag betwist. Zij voert daartoe aan dat de hoogte van de aan [verzoekster] te betalen vergoeding afhankelijk is van de duur van haar dienstverband bij Arubiana Inn van 5 jaren en drie maanden. In het licht daarvan heeft [verzoekster] geen recht op het thans door haar gevorderde bedrag en zal zij met minder genoegen moeten nemen, aldus Arubiana Inn. Dat verweer kan Arubiana Inn niet baten om de volgende reden. 3.3 Gesteld noch is gebleken dat de tussen partijen gesloten beëindigingsovereenkomst rechtens aantastbaar is in de zin van vernietiging of ontbinding daarvan. Sprake is daarom van een gave overeenkomst. De daaruit voor Arubiana Inn voortvloeiende verplichting tot betaling aan [verzoekster] van het in hoofdsom door haar gevorderde bedrag moet worden nagekomen. Het op dit punt door Arubiana Inn gevoerde verweer wordt verworpen. 3.4 Arubiana Inn heeft verder gesteld dat aan haar zijde geen sprake is van betalingsonwil, maar van betalingsonmacht. Vanwege de huidige crisissituatie als gevolg van de coronapandemie heeft Arubiana Inn sinds half maart 2020 geen gasten en geen inkomsten meer, aldus Arubiana Inn. Ook dit verweer kan Arubiana Inn niet baten omdat in het algemeen geldt dat betalingsonmacht niet aan een veroordeling tot betaling van een geldsom in de weg kan staan. Dit verweer wordt daarom verworpen. 3.5 Al het vorenstaande brengt mee dat de vordering van [verzoekster] zal worden toegewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen rechtvaardigen. 3.6 Arubiana Inn zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verzoekster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,- aan door haar betaald griffiegeld. 4DE BESLISSING Het Gerecht: -veroordeelt Arubiana Inn om aan [verzoekster] te betalen Afl. 6.882,04,-; -veroordeelt Arubiana Inn in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verzoekster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-. Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 15 december
  2. Datum uitspraak: 15 december 2020 Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Zaaknummer: EJ. nr. AUA202001818 Inhoudsindicatie: Arbeid, nakoming tussen partijen gesloten beëindigingsovereenkomst, betalingsonwil, betalingsonmacht. Formele relaties (optioneel): Rechtsgebieden: Civiel Rechter: mr. A.H.M. van de Leur Bijzondere kenmerken:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.