Vonnis van 16 december 2020 (bij vervroeging) Behorend bij K.G. no. AUA202002805 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in kort geding van: [EISER], wonende in Aruba, eiser, hierna ook te noemen: [Eiser], gemachtigden: de advocaten mrs. A.A. Ruiz en M.R.M. Reinkemeyer, tegen: de stichting FUNDACION NOS TA ARUBA, gevestigd in Aruba, hierna ook te noemen: FNTA, procederend bij [gedaagde 2] hierna genoemd en [naam secretaris respectievelijk voorzitter] (secretaris respectievelijk voorzitter van FNTA), en [GEDAAGDE 2], wonende in Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde 2], procederend in persoon, gedaagden, hierna gezamenlijk ook te noemen: FNTA c.s.. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -nadere ingezonden producties zijdens [eiser], tevens voorzien van een gegevensdrager; -een door [eiser] gediende akte houdende een wijziging van eis; -door FNTA ingezonden producties, ook voorzien van een gegevensdrager; -de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 4 december 2020 en de voortzetting daarvan op 7 december 2020; -de vanwege FNTA op 14 december 2020 bij de griffie van dit Gerecht ingekomen gepasseerde notariële akte van oprichting van FNTA; -de reactie van [eiser] op die akte van 14 december 2020. 1.2 [ Eiser] is telkens ter zitting verschenen bij zijn gemachtigden; FNTA c.s. zijn telkens verschenen bij [gedaagde 2] en [naam secretaris respectievelijk voorzitter] voornoemd (hierna: [naam secretaris respectievelijk voorzitter]). Nadat de zaak op 4 december 2020 kort na aanvang daarvan om voor partijen bekende reden was geschorst hebben partijen op 7 december 2020 in twee termijnen ten principale het woord gevoerd - mede aan de hand van overgelegde al dan niet geheel voorgedragen pleitnota’s, beiden voorzien van toegelaten producties waaronder begrepen gegevensdragers - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. Partijen hebben tevens de aan hen door het Gerecht gestelde onderscheidenlijke vragen beantwoord. 1.3 FNTA c.s. hebben ter zitting verklaard dat zij geen bezwaar hebben tegen de door [eiser] beoogde wijziging van eis. Die wijziging is mede daarom toegelaten. Ter zitting heeft [eiser] zijn eis vervolgens verminderd, in dier voege dat hij de vorderingen ter zake van het moeten aanbieden door FNTA en/of [gedaagde 2] aan [eiser] van verontschuldigingen heeft ingetrokken. 1.4 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 [ Eiser] vordert dat het Gerecht - zo het begrijpt - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: a. FNTA en/of [gedaagde 2] veroordeelt tot het houden van een live persconferentie via 24ora.com op de eerste donderdagmiddag na de uitspraak van dit vonnis om 16:30 uur in het Wilhelminapark tijdens welke FNTA en/of [gedaagde 2] verklaart of verklaren dat de uitlatingen over [eiser] zoals gedaan in de eerdere persconferenties van 29 oktober 2020 en 10 november 2020, te weten dat [eiser] betrokken zou zijn bij onderhandelingen met Amerikanen althans buitenlanders ter zake van de uitgifte van terreinen voor cannabisteelt, dat hij zou regelen hoeveel geld hij hiervoor wil hebben en wie de terreinen krijgen en dat hij dit alles zou hebben gedaan namens zijn moeder, de Minister-President van Aruba, dat hij nog niet “off the hook is” want hij is stroman of stille vennoot in de grondhandel voor cannabisteelt, dat hij helemaal geen goede naam of goede reputatie heeft en dat hij intieme relaties onderhoudt met drugshandelaren [naam 1] en [naam 2] niet door enig bewijs worden gestaafd en dat deze uitlatingen worden ingetrokken; en/of het plaatsen van een schriftelijke rectificatie op de website 24ora.com en het Antilliaans Dagblad met de volgende tekst: “RECTICATIE FUNDACION NOS TA ARUBA EN/OF DE HEER [GEDAAGDE 2] RECTIFICEERT DE ONWARE UITLATINGEN TEGEN DE HEER [EISER] In de persconferentie van 29 oktober 2020 zijn er door de Stichting Nos ta Aruba en/of de heer [gedaagde 2] publiekelijk ernstige beschuldigen gedaan in de richting van de heer [eiser], de zoon van de Minister-President van Aruba, namelijk dat [eiser] betrokken zou zijn bij onderhandelingen met Amerikanen althans buitenlanders ter zake van de uitgifte van terreinen voor cannabisteelt, dat hij zou regelen hoeveel geld hij hiervoor wil hebben en wie de terreinen krijgen en dat hij dit alles zou hebben gedaan namens zijn moeder, de Minister-President, dat hij nog niet “off the hook is” want hij is stroman of stille vennoot in de grondhandel voor cannabisteelt, dat hij helemaal geen goede naam of goede reputatie heeft en dat hij intieme relaties onderhoudt met drugshandelaren [naam 1] en [naam 2]. Bij deze verklaart de Stichting Nos ta Aruba en/of de heer [gedaagde 2] dat deze uitlatingen niet op waarheid berusten, dat er geen bewijs is voor deze uitlatingen en de inhoud daarvan onnodig grievend, kwetsend en beledigend zijn voor de heer [eiser].”, althans een door het Gerecht te bepalen persconferentie en/of schriftelijke rectificatie van ongeveer dezelfde inhoud en strekking; b. bepaalt dat FNTA en/of [gedaagde 2] ten behoeve van [eiser] een dwangsom verbeurt/verbeuren van Afl. 10.000,-- voor iedere dag of deel daarvan dat zij en/of hij voormeld bevel niet opvolgt of opvolgen; c. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt; d. FNTA en/of [gedaagde 2] veroordeelt in de proceskosten. 2.2 FNTA c.s. voeren verweer en concluderen dat [eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vorderingen voorzover gericht tegen [gedaagde 2], en verder tot ontzegging van zijn tegen FNTA gerichte vorderingen, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens ad Afl. 3.000,--. 2.3 Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken. 3DE BEOORDELING 3.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken die meebrengen dat [eiser] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Dat geldt zowel wat betreft zijn tegen FNTA gerichte vorderingen alsmede zijn tegen [gedaagde 2] gerichte vorderingen. Als blijkt dat [eiser] geen vorderingsrechten heeft op [gedaagde 2] moet zijn tegen hem gerichte rechtsvorderingen worden afgewezen. Het ontvankelijkheidsverweer van FNTA c.s. wordt verworpen. 3.2 Het spoedeisend belang van [eiser] bij zijn vorderingen volgt uit de aard van die vorderingen en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. 3.3 Uit de door FNTA c.s. ingediende op negen juni 2017 gepasseerde notariële akte van oprichting blijkt genoegzaam dat FNTA een per die datum opgerichte stichting is en aldus als zijnde bestaand in rechte betrokken kan worden. Verdere opmerkingen/stellingen van [eiser] in zijn reactie van 14 december 2020 op die ingezonden akte blijven buiten beschouwing, temeer omdat FNTA c.s. daarop niet meer hebben kunnen reageren. 3.4 Niet in geschil is tussen partijen dat in elk geval FNTA zich bij monde van [gedaagde 2] tijdens persconferenties op 29 oktober 2020 en 10 november 2020 heeft uitgelaten zoals hiervoor omschreven in het gewijzigde petitum van [eiser]. FNTA c.s. stellen impliciet dat [eiser] geen vorderingsrecht (uit onrechtmatige daad) heeft op [gedaagde 2], omdat hij de bewuste uitlatingen heeft gedaan namens FNTA. Het Gerecht volgt FNTA c.s. niet in die stelling. Uit de door [eiser] gewraakte bij partijen genoegzaam bekende geluidsopnames waarin [gedaagde 2] telkens het woord voert volgt naar het oordeel van het Gerecht naar uiterlijke verschijningsvormen niet dat [gedaagde 2] telkens optreedt of het woord voert namens FNTA. Bij aanvang en/of het einde van bedoelde uitlatingen zegt [gedaagde 2] niet dat dit het geval is, en behalve dat gedurende die uitlatingen [gedaagde 2] in de wij-vorm (wij van FNTA) spreekt hij ook regelmatig in de ik-vorm. Ter zitting heeft [gedaagde 2] weliswaar gesteld dat hij met die ik-vorm ‘ik namens FNTA’ bedoelt, maar dat is voor de buitenwereld die bedoelde uitlatingen heeft gehoord niet zonder nadere doch uitgebleven publiekelijke uitleg duidelijk. Het is daarom dat bedoelde uitlatingen niet alleen aan FNTA kunnen worden toegerekend maar ook aan [gedaagde 2]. Het verweer van FNTA c.s. op dit punt wordt verworpen. 3.5 Voorop zij gesteld dat de door [eiser] verzochte rectificatie een beperking vormt op het grondrecht van vrijheid van meningsuiting dat aan een ieder, derhalve ook aan FNTA c.s., op grond van het eerste lid van artikel I.12 van de Staatsregeling van Aruba en het in de Arubaanse rechtsorde rechtstreeks doorwerkende eerste lid van artikel 10 van het EVRM toekomt. Dit grondrecht geldt volgens voormeld artikel van de Staatsregeling van Aruba “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens landsverordening” en kan volgens het tweede lid van voormeld verdragsartikel slechts worden beperkt indien deze beperking bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van een ander. Van een beperking die in Aruba bij (formele) wet is voorzien is sprake wanneer de uitlatingen van FNTA c.s. onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BWA. 3.6 Bij de beantwoording van de vraag of dit zich hier voordoet staan twee, ieder voor zich hoogwaardige en maatschappelijke en persoonlijke belangen tegenover elkaar: aan de ene kant het belang van [eiser] om niet door publiekelijke uitlatingen van FNTA c.s. zoals hiervoor omschreven te worden aangetast in zijn eer, goede naam en persoonlijke integriteit; aan de andere kant het belang van FNTA c.s. om zich informerend, opiniërend en/of waarschuwend te kunnen uitlaten over [eiser]. 3.7 De vrijheid van meningsuiting betreft niet alleen de inhoud van meningen, maar ook de vorm waarin zij worden geuit en strekt zich in beginsel ook uit tot uitingen die kwetsend, schokkend of verontrustend (kunnen) zijn. In de rechtspraak is verder onderscheid gemaakt tussen feitelijke verklaringen en waardeoordelen. Feitelijke verklaringen die de persoonlijke levenssfeer van een ander in negatieve zin raken moeten worden voorzien van een voldoende feitelijke grondslag, om het onrechtmatige karakter daaraan te ontnemen. Dat geldt niet in geval van waardeoordelen, zij het dat een waardeoordeel excessief kan worden bevonden indien daarvoor een onvoldoende feitelijke basis is. 3.8 Met toepassing van onder meer het vorenstaande wordt het volgende overwogen, waarbij het volgende voorop wordt gesteld. FNTA c.s. stellen dat [eiser] niet in zijn goede naam kan zijn aangetast door de bewuste uitlatingen, omdat hij die naam al niet had. FNTA c.s. miskennen met dat betoog dat gesteld noch is gebleken dat [eiser]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.