GAZA nr. AUA201901756 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar in de zin van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van: [Klaagster], wonende te Aruba, KLAAGSTER, gemachtigde: mr. E. Duijneveld, tegen: de Gouverneur van Aruba, zetelende te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij Landsbesluit van 17 mei 2019, No. 16, (hierna: de bestreden beschikking) heeft verweerder klaagster met toepassing van artikel 87 aanhef en onder c, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) in haar ambt geschorst, met ingang van de dag na dagtekening van dit Landsbesluit tot op de dag waarop het bevoegd gezag een besluit heeft genomen omtrent de disciplinaire strafoplegging. Tegen dit Landsbesluit (hierna: de bestreden beschikking) heeft klaagster op 27 mei 2019 bezwaar gemaakt bij het gerecht. De zaak is behandeld ter zitting van 25 november 2019, waar alleen verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd is verschenen. Bij emailbericht van 25 november 2019 om 11.41 uur heeft de advocaat mr. D.L. Emerencia, namens mr. E. Duijneveld, uitstel van de behandeling verzocht. Nu de zaak om 10.30 uur voor behandeling stond gepland en de behandeling op tijd was aangevangen, is dit tardieve verzoek afgewezen. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN De standpunten van partijen 1.1 Klaagster kan zich niet verenigen met de haar bij de bestreden beschikking opgelegde schorsing en betoogt daarbij dat de schorsing ten onrechte is opgelegd, omdat hetgeen waarvan zij wordt beschuldigd niet strookt met de waarheid, verder dat zij zich direct heeft verantwoord en de directeur uitdrukkelijk heeft verzocht de camerabeelden van de beveiligingscamera’s die bij All & All Cargo hangen op te vragen, daar deze haar zouden vrijpleiten. 1.2 Aan de schorsing is ten grondslag gelegd dat klaagster zich vermoedelijk schuldig heeft gemaakt aan (ernstig) plichtsverzuim door op 14 februari 2019, gedurende haar arbeidsongeschiktheid, de container [nummer] van All & All Cargo Services & Logistics vrij te maken, en dat in verband met het nog te verrichten intern onderzoek en het horen van collega’s en derden, de dienst het van belang acht dat dit proces rustig verloopt en gevreesd wordt dat de aanwezigheid van klaagster op de werkvloer dit zal verstoren. De feiten 2.1 Klaagster is ambtenaar in dienst bij het Departamento di Aduana (de douane). 2.2 Klaagster was van 4 tot en met 13 januari 2019 en van 4 februari tot en met 1 maart 2019 arbeidsongeschikt. 2.3 Bij brief van 1 maart 2019 heeft de minister van Financiën, Economische Zaken en Cultuur (hierna: de minister) klaagster de toegang tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen en voertuigen van de douane ontzegd voor de duur van zes weken. In die brief staat voor zover hier van belang: “Tegen u zal een disciplinair onderzoek gestart worden. De toegangsontzegging vindt plaats in verband met de thans gebleken ernst van uw handelen waarbij u tijdens uw arbeidsongeschiktheid, op 14 februari 2019, een container bij All & All Cargo Services en Logistics heeft vrijgemaakt.” 2.4 Bij brief van 12 maart 2019 heeft klaagster de minister verzocht de toegangsontzegging op te heffen, en daartoe het volgende aangevoerd: “(…) Cliënte ontkent ter stelligste (sic) tijdens haar arbeidsongeschiktheid enige container te hebben vrijgemaakt. Cliënte heeft gezondheidsproblemen en liet haar chef weten op eigen gelegenheid naar het buitenland te willen gaan. Dit daar haar afspraak voor een MRI in mei 2019 is gepland. Haar chef vroeg haar of zij dan haar documenten bij klanten kon ophalen zodat ge-reroute kon worden. Dit hield in dat cliënte onder meer documenten moest ophalen bij All & All Cargo. Donderdagochtend 14 februari 2019, werd cliënte gebeld door de heer [x] van All & all Cargo met de vraag of zij tussen 12.00 en 13.00 uur een container kon vrijmaken. Hij zei dat hij haar nummer van de klantencoördinator had gekregen. Cliënte heeft gezegd dat zij arbeidsongeschikt was, maar dat zij een collega zou vragen. Cliënte heeft vervolgens contact gehad met collega [y], deze liet weten niet tussen de middag te kunnen, maar wel in de namiddag. Dit heeft zij doorgegeven aan de heer [x]. Die liet vervolgens weten dat het niet door kon gaan, omdat de klantencoördinator de documenten nog had. Vervolgens heeft cliënte haar collega weer gebeld en deze laten weten dat het dus niet meer hoefde. Cliënte is vervolgens die dag die All & All Cargo de documenten gaan ophalen. Dit zoals gezegd i.v.m. het re-routen van haar werkzaamheden. Toen zij daar aankwam zag zij dat de container open was. Cliënte vond dit vreemd en heeft een foto hiervan genomen. Na enig wachten heeft cliënte vervolgens haar documenten gekregen. Op vrijdag werd cliënte gebeld door [x] met de vraag of zij de papieren van de container had. Cliënte vroeg welke container en [x] zei tot haar verbazing: “De documenten van de container die je gisteren bij ons hebt vrijgemaakt”. Cliënte liet weten dat zij geen container had vrijgemaakt, maar wel had gezien dat de container open was toen zij bij All & All Cargo aankwam. [X] zei dat hij dat dan verder zelf wel zou uitzoeken. Cliënte heeft op 14 februari 2019, of enig andere dag dat zij arbeidsongeschikt was geen container vrijgemaakt. Bij All & All Cargo hangen overal beveiligingscamera’s hierop kan nagegaan worden wie de container heeft opengemaakt. Cliënte heeft sterk het vermoeden dat de container zonder douane is vrijgemaakt en zij nu de zwarte piet krijgt toegespeeld. Cliënte ervaart de thans onrechte opgelegde toegangsontzegging als onnodig bezwarend, nu zij valselijk wordt beschuldigd. (…)” 2.5 Bij brief van 5 april 2019 heeft de minister de toegangsontzegging met zes weken verlengd. 2.6 Hierna is de bestreden beschikking genomen. 2.7 Klaagster heeft tegen de bestreden beslissing bezwaar gemaakt, en een verzoek gedaan om een beslissing bij voorraad. Bij uitspraak van 1 juli 2019 van de voorzieningenrechter is dat verzoek afgewezen. 2.8 In augustus 2019 is klaagster in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk te verantwoorden ter zake van de haar verweten gedraging. Het wettelijk kader 3.1 Ingevolge artikel 82, eerste lid, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) kan de ambtenaar, die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege door het bevoegde gezag disciplinair worden gestraft. 3.2 Ingevolge artikel 87, aanhef en onder c, van de Lma kan onverminderd het bepaalde in artikel 82 de ambtenaar door het bevoegde gezag worden geschorst in zijn ambt in andere gevallen, waarin schorsing naar het oordeel van het daartoe bevoegde gezag wordt gevorderd door het belang van de dienst. De beoordeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.