Beschikking van 18 februari 2020 behorend bij EJ. nr. AUA201902435. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [Naam verzoekster], wonende in Aruba, VERZOEK, procederend in persoon, Belanghebbende: [Naam moeder], de moeder, [Naam vader], de vader, de ambtenaar van de burgerlijke stand, hierna: de abs, in Aruba. 1DE PROCEDURE Bij verzoekschrift, ingediend op 22 juli 2019, heeft verzoekster gevraagd om erkenning van een uitspraak van een Haitiaanse rechter. De abs heeft op 26 november 2019, geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. De zaak is behandeld ter zitting van 3 december 2019, alwaar is verschenen verzoekster in persoon. De vader en de moeder hebben geen verweerschrift ingediend en zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Hierna is de uitspraak bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de moeder is op (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend. 2.2 Verzoekster is de grootmoeder van de minderjarige. Zij is gehuwd met [naam echtgenoot]. 2.3 Bij rechterlijke uitspraak van 26 april 2016 van de Family Court for the Parishes of Kingston and St. Andrew [adres], Kingston, is verzoekster (samen met haar echtgenoot [naam echtgenoot]) belast met de voogdij (custody) over de minderjarige. 2.4 De minderjarige woont bij verzoekster in Aruba. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt – primair tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde uitspraak van 26 april 2016 en subsidiair tot het belasten van verzoekster met de voogdij over de minderjarige. Daartoe is ter zitting gesteld dat het in het belang van de minderjarige is dat voornoemde beslissing in Aruba wordt erkend, zodat verzoekster de verblijfsstatus van de minderjarige hier te lande kan regelen, het een en ander conform de vereisten van de DIMAS. 4DE BEOORDELING 4.1 Op grond van artikel 1:26 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand. 4.2 Voornoemde uitspraak van 26 april 2016 is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij c.q. gezag over minderjarigen bevatten. Het primaire verzoek is daarom niet toewijsbaar en zal hierna worden afgewezen. 4.3 Het subsidiaire verzoek is gebaseerd op artikel 1:253r lid 1 BW jo. artikel 1:253q lid 2 BW. Uit de stellingen van verzoekster volgt dat zij reeds belast is met de voogdij in de uitspraak van 26 april 2016 van de Family Court te Kingston in Jamaica. Het gerecht heeft geen redenen om te twijfelen aan de authenticiteit van deze, door verzoekster overgelegde, uitspraak. Dat betekent dat er in deze procedure vanuit moet worden gegaan dat op rechtsgeldige wijze in de voogdij over de minderjarige is voorzien, zodat er geen gronden zijn om thans verzoekster (opnieuw) met de voogdij over de minderjarige te balasten. Ook het subsidiaire verzoek moet om die reden worden afgewezen. 5DE BESLISSING Het gerecht: verstaat dat [naam verzoekster] bij beslissing van 26 april 2016 van de Family Court for the Parishes of Kingston and St. Andrew, [adres], Kingston rechtsgeldig is belast met de voogdij over de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in Jamaica, wijst de verzoeken af. Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 18 februari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.