Uitspraak van 12 februari 2020 LTU AUA202000311 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING van de rechter-commissaris belast met de behandeling van administratiefrechtelijke inbewaringstelling, op het verzoek van: [Verzoeker], van Venezolaanse nationaliteit, VERZOEKER, gemachtigde: M.L. Hassell PROCESVERLOOP Bij bevelschrift van 12 november 2019 heeft de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie (minister) de inbewaringstelling van verzoeker bevolen. De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat deze vrijheidsontneming rechtmatig is. Op 31 januari 2020 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoekschrift ex artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 5 februari
- Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door J.M. Harewood (DIMAS). Uitspraak is bepaald op heden. BEOORDELING
- Ingevolge artikel 16, derde lid, van de Ltu wordt de betrokkene binnen 72 uur betrokkene voor een rechter-commissaris geleid, die de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming toetst. Een bevel tot inbewaringstelling kan door de rechter-commissaris te allen tijde op verzoek van de betrokkene worden opgeheven.
- Het oordeel van de rechter-commissaris dat de inbewaringstelling rechtmatig is, is een in rechte onaantastbaar oordeel en is daarom in deze procedure niet meer in geding. Uitsluitend ligt ter beoordeling voor of bij afweging van de betrokken belangen het voortduren van de bewaring rechtmatig is. In het bijzonder is daarbij van belang of er, mede gezien de duur van de bewaring, nog zicht is op uitzetting van de betrokkene en of er voldoende wordt ondernomen om de uitzetting te bewerkstelligen.
- Verzoeker heeft op 2 december 2019 asiel aangevraagd bij DIMAS conform de voorgeschreven procedure. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft DIMAS een concept-beschikking opgesteld.
- Vervolgens heeft verzoeker aan DIMAS verzocht nog enige documenten te mogen indienen. Nadat DIMAS daarmee heeft ingestemd, heeft verzoeker op 19 december 2019 documenten ingediend.
- Vanwege het kerstreces heeft DIMAS deze documenten pas medio januari 2020 bezien.
- Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de eerste week van februari 2020 op de asielaanvraag zal worden beslist.
- De rechter-commissaris overweegt dat het enkele feit dat verzoeker een asielverzoek heeft ingediend niet leidt tot het oordeel dat het voortduren van de bewaring onrechtmatig is. Weliswaar dient verweerder voordat tot uitzetting kan worden overgegaan verzoekers asielverzoek te beoordelen, maar dit is slechts een tijdelijke uitzettingsbelemmering. Verweerder dient het asielverzoek wel voortvarend te behandelen (vgl. GEA Aruba 26 augustus 2019, ECLI:NL:OGEAA:2019:528). Gelet op de hiervoor beschreven gang van zaken rond de asielprocedure, kan niet worden gezegd dat verweerder de vereiste voortvarendheid niet heeft betracht. Verder is ter zitting is gebleken dat op zeer korte termijn op het asielverzoek wordt beslist. Derhalve bestaat geen grond voor het oordeel dat zicht op uitzetting ontbreekt.
- De rechter-commissaris komt tot de slotsom dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig is. BESLISSING De rechter-commissaris: - wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter-commissaris, op 12 februari 2020, in tegenwoordigheid van de griffier. Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Kenmerk: Eerste Aanleg - enkelvoudig Rechtsgebied: Bestuursrecht