Uitspraak van 7 april 2021 Lar nr. AUA202100473 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA DE UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoekster], verblijvend in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigde: drs. M. Hassell, gericht tegen: de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M. van Wilgen (DIMAS). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 11 februari 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel gezinshereniging, afgewezen. Hiertegen heeft verzoekster op 12 februari 2021 bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoekster zich op 12 februari 2021 tot het gerecht gewend met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Op 22 maart 2021 heeft verzoekster nadere stukken ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 24 maart 2021, alwaar zijn verschenen verzoekster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. 1.2 Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen. Het verzoek
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.