Uitspraak van 10 februari 2021 Lar nr. AUA202100086 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoeker], verblijvend in Aruba, VERZOEKER, gemachtigde: drs. M.L. Hassell, gericht tegen: DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigden: mr. M. van Wilgen (DIMAS), mr. N. Sneek (DIMAS) en R.A. Kramers (GNC). PROCESVERLOOP Bij bevelschrift van 9 januari 2021 heeft verweerder de uitzetting van verzoeker bevolen. Tegen deze beschikking heeft verzoeker op 13 januari 2021 bezwaar gemaakt. Op 14 januari 2021 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 27 januari 2021, waar zijn verschenen verzoeker (via videoverbinding), bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd, en verweerder bij zijn gemachtigden voornoemd. Na sluiting van het onderzoek ter zitting, heeft het gerecht het onderzoek heropend. Bij e-mailbericht van 5 februari 2021 heeft verzoeker nadere stukken ingediend. Verweerder heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, daarop geen reactie gegeven. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen. 1.2 Ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) kunnen uitgezet worden personen die tot tijdelijk verblijf werden toegelaten, wanneer zij in het land worden aangetroffen, nadat de geldigheidsduur van hun tijdelijke verblijfsvergunning is verstreken of nadat de geldigheid van de vergunning door enige andere oorzaak is vervallen. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, geschiedt de uitzetting krachtens een met redenen omkleed bevelschrift van de minister, belast met justitiële aangelegenheden, houdende het bevel Aruba binnen een daarbij te bepalen termijn te verlaten. Ingevolge het derde lid wordt bij de bepaling van de in de eerste volzin van het tweede lid genoemde termijn aan betrokkene, indien nodig, voldoende tijd gelaten om orde op zijn zaken te stellen. De feiten 2.1 Verzoeker is Aruba binnengekomen als toerist. 2.2 Aan verzoeker was een vergunning om tijdelijk verblijf verleend met als doel arbeid in loondienst en met een geldigheidsduur tot 15 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.