Uitspraak van 24 februari 2021 Lar nr. AUA202003347 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoekster], van Venezolaanse nationaliteit, VERZOEKSTER, gemachtigde: F. Henriquez, gericht tegen: DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER. PROCESVERLOOP Bij beschikking van 30 oktober 2020 heeft verweerder een periode van niet toelating aan verzoekster opgelegd voor de duur van achttien maanden (hierna: het terugkeerverbod). Op 4 december 2020 heeft verzoekster hiertegen bezwaar gemaakt. Op 18 december 2020 heeft verzoekster bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 27 januari 2021, waar is verschenen verzoekster bij haar gemachtigde voornoemd. Verweerder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. Uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen. 1.2 Ingevolge artikel 15, eerste lid, onder sub d van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) kunnen uitgezet worden personen, die tot tijdelijk verblijf werden toegelaten, nadat de geldigheidsduur van hun tijdelijke verblijfsvergunning is verstreken of nadat de geldigheid van de vergunning door enige andere noodzaak is vervallen. Ingevolge het tweede lid geschiedt de uitzetting krachtens een met redenen omkleed bevelschrift van de minister, belast met justitiële aangelegenheden, houdende het bevel Aruba binnen een daarbij te bepalen termijn te verlaten. Het bevelschrift vermeldt de periode waarin aan de betrokkene de toelating tot Aruba zal worden geweigerd; deze periode bedraagt ten hoogste acht jaar. Feiten 2.1 Verzoekster is op 28 januari 2020 Aruba binnengekomen als toerist met een toegestane verblijfsduur van 26 dagen. Verzoekster heeft Aruba niet binnen deze termijn verlaten en heeft sinds 24 februari 2020 zonder geldige verblijfstitel in Aruba verbleven. 2.2 Verzoekster heeft Aruba, met een humanitaire vlucht naar Venezuela, vrijwillig verlaten. 2.3 Bij de beschikking van 30 oktober 2020 heeft verweerder aan verzoekster een terugkeerverbod van 18 maanden opgelegd. De beoordeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.