Uitspraak van 23 juni 2021 AUA202101383 LAR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoeker], verblijvend in Aruba, VERZOEKER, procederend in persoon, gericht tegen: DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 13 maart 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker ter verlenging van zijn vergunning tot tijdelijk verblijf om alhier werkzaam te zijn en te verblijven, afgewezen. Tegen deze beschikking (hierna: de bestreden beschikking) heeft verzoeker op 23 april 2021 bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift via het web portaal van de DIMAS. Op 17 mei 2021 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoek als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend. Op 7 juni 2021 heeft verweerder stukken ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 16 juni 2021, waar verzoeker in persoon en verweerder bij zijn voornoemde gemachtigde, zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen. 1.2 Het gerecht stelt vast dat er in deze een bezwaarschrift aanhangig is, zodat aan de connexiteitsvereiste is voldaan. Standpunten van partijen 2.1 Verweerder heeft aan de bestreden beschikking ten grondslag gelegd dat betrokkene niet (meer) voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn aan de verblijfstitel, en dat het advies van de DIMP met betrekking tot zijn werkgever c.q. het bedrijf negatief is. Ter zitting heeft verweerder aangevoerd dat uit informatie verkregen van het Departamento di Impuesto (DIMP) volgt dat het bedrijf, waarvan verzoeker de General Manager (GM) is, weliswaar aangiftes loonbelasting doet, maar dat aan inkomen nihil wordt aangegeven, zodat geconcludeerd kan worden dat het bedrijf inactief is. 2.2 Verzoeker kan zich niet verenigen met de afwijzing van zijn verzoek ter verlenging van zijn verblijfsvergunning en heeft zich -samengevat- op het standpunt gesteld dat de bestreden beschikking onvoldoende is gemotiveerd, en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn belangen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het voor hem onduidelijk is wat het probleem bij DIMP is en waarom hij niet meer voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn aan zijn vergunning, nu hij nog altijd eigenaar/directeur is van de naamloze vennootschap en als investeerder moet worden aangemerkt. Hij heeft het bedrijf in 2017/2018 gekocht en het bedrijf was toen niet actief. De belastingschulden van de vorige eigenaar zijn hem niet bekend. Pas in april 2021 heeft hij van de DIMP een rekeninginformatie ontvangen, waaruit blijkt dat het bedrijf een uitstaande belastingschuld heeft van Afl. 15.000,-. Hij zal in verband hiermee een betalingsregeling treffen. Verder heeft verzoeker aangevoerd dat hij voor ruim Afl. 300.000,- in Venezuela aan gereedschappen en materiaal heeft gekocht te behoeve van het bedrijf, maar dat hij deze gereedschappen en materiaal niet kan invoeren vanwege de gesloten grenzen tussen Aruba en Venezuela. Het bedrijf kan daarom nog geen inkomsten genereren. Hij heeft al contracten kunnen sluiten maar kan nog niet aan de slag omdat hij geen geldige verblijfsvergunning heeft. Verder heeft verzoeker aangevoerd dat hij hier met zijn gezin woont, bestaande uit zijn echtgenote en twee minderjarige dochters, dat hij kostwinner is, dat zijn twee dochters schoolgaand zijn, dat zij allen geïntegreerd zijn in de Arubaanse maatschappij en dat de consequenties van de bestreden beschikking voor hem en zijn familie ingrijpend zijn, nu hij niet kan werken. Hij ontvangt maandelijks huuropbrengsten uit Venezuela, waarmee hij zijn gezin kan onderhouden. Het verzoek
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.