Uitspraak van 11 augustus 2021 Lar nr. AUA202101713 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoeker], wonend in Aruba, VERZOEKER, procederend in persoon, gericht tegen: DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, OUDERENZORG EN SPORT, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ). PROCESVERLOOP Bij brief van 21 mei 2021 heeft verzoeker verweerder - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking krachtens de Landsverordening openbaarheid van bestuur (de Lob) van vaccinatiegegevens ten aanzien van het virus COVID-
- Tegen het uitblijven van een beschikking op dat verzoek heeft verzoeker op 21 juni 2021 bezwaar gemaakt. Op 24 juni 2021 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoekschrift als bedoeld in artikel 54 van de Lar ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 28 juli
- Verzoeker is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen. 1.2 Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Lob wordt onder de minister verstaan: de minister wie het aangaat. 1.3 Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Lob kan een ieder de minister schriftelijk verzoeken om informatie, neergelegd in documenten. 1.4 Ingevolge artikel 3, tweede lid, beslist de minister op een verzoek om informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie weken na de ontvangst van het verzoek. 1.5 Ingevolge artikel 8, eerste lid, blijft het verstrekken van informatie achterwege, voor zover dit: a. de eenheid van de regering in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van het Land zou kunnen schaden; c. informatie betreft, afkomstig van een bestuursorgaan van een ander land van het Koninkrijk, die in het desbetreffende land op grond van de aldaar geldende wettelijke regelingen niet zou worden verstrekt; d. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld. Ingevolge het tweede lid blijft het verstrekken van informatie voorts achterwege, voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen een van de navolgende belangen: a. de economische of financiële belangen van het Land; b. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; c. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften; d. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; e. het belang dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie; f. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel van derden. De feiten 2.1 Bij brief van 21 mei 2021 heeft verzoeker aan verweerder een zestal vragen gesteld en heeft verzoeker aan verweerder - kort samengevat - vaccinatiegegevens verzocht ten aanzien van het virus COVID-
- 2.2 Tegen het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek heeft verzoeker op 21 juni 2021 bezwaar gemaakt. De standpunten van partijen 3.1 Verzoeker betoogt - kort samengevat - dat verweerder weigert om informatie te verstrekken betreffende het experimentele COVID-19 vaccin. Er vallen maandelijks doden, het gaat hierbij om mensen die hebben gewaagd om deel te nemen aan het COVID-19 vaccinatie experiment, aldus verzoeker. De informatie is met spoed nodig, voordat men overgaat tot nog ergere propaganda en dwang om iedereen te laten vaccineren. 3.2 Verweerder stelt zich - kort samengevat - op het standpunt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Verzoeker heeft bij zijn Lob-verzoek geen contactgegevens verstrekt, waardoor hij niet te bereiken was. De Lob is niet bedoeld om vragen van de burger te beantwoorden. De meeste gegevens waarom verzoeker heeft verzocht staan al gepubliceerd op diverse websites van de overheid, aldus verweerder. De beoordeling
- Verzoeker beoogt met zijn verzoek binnen veertien dagen de openbaarmaking van de verzochte gegevens. De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat het gevorderde feitelijk geen voorlopig karakter heeft. Indien de voorzieningenrechter bepaalt dat de verzochte gegevens openbaar worden gemaakt is dit geen voorlopige voorziening maar een definitieve oplossing van het geschil. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan een dergelijk verzoek worden toegewezen.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker niet aannemelijk gemaakt dat er in casu sprake is van een zeer uitzonderlijk geval. Verzoeker heeft weliswaar gesteld dat, als de gevraagde gegevens niet spoedig verstrekt worden, de ellende niet meer is te overzien, maar hij heeft dat onvoldoende onderbouwd. Het verzoek wordt derhalve afgewezen. BESLISSING De rechter in dit gerecht: wijst het verzoek af. Deze beslissing is gegeven door mr. M.M. de Werd, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2021 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.