Beschikking van 7 september 2021 behorend bij EJ nr. AUA202001036 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak tussen: [verzoeker], wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna: de vader, gemachtigde: de advocaat mr. H.U. Thielman, en: [verweerster], wonende in Aruba, VERWEERSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg. Belanghebbende: [naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in Aruba, [naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in Aruba, de minderjarigen. 1HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikkingen van dit gerecht van 1 september 2020, 14 oktober 2020 en 27 oktober 2020, waarbij een voorlopige kinderalimentatie en omgangsregeling tussen partijen is bepaald. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 7 mei 2021, de mondelinge behandeling ter zitting van 15 juni 2021, waar zijn verschenen partijen bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. Namens de Voogdijraad was aanwezig de heer [naam raadsonderzoeker] en mevrouw [naam raadsonderzoeker]. 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE VEREDER BEOORDELING Gezag 2.1 Zoals in de eerdere beschikking is overwogen, is het zelfstandig verzoek van de moeder gebaseerd op artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Ingevolge deze bepaling kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de desbetreffende beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 2.2 Uit het onderzoek van de Voogdijraad is gebleken, dat er een minimale communicatie tussen de ouders aanwezig is betreffende de minderjarigen en dat de minderjarigen niet klem zijn geraakt onder het huidige gezamenlijk gezag. Voorts acht de Voogdijraad dat er onvoldoende reden is om het gezamenlijk gezag te wijzigen. De Voogdijraad adviseert om het gezamenlijk gezag te handhaven. 2.3 Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de minderjarigen is dat hun ouders het gezag over hen gezamenlijk blijven uitoefenen. Het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten, zal gelet op het voorgaande, worden afgewezen. Omgang 2.4 Aan de orde is het verzoek van de vader om een omgangsregeling tussen hem en de minderjarigen vast te stellen. 2.5 De Voogdijraad heeft in haar rapport een omgangsregeling voorgesteld. Dit voorstel is ter zitting met partijen besproken. Tijdens het verhandelde ter zitting is gebleken dat de vader de afspraken omtrent de omgangregeling met de minderjarigen niet altijd nakomt, met als gevolg dat de minderjarigen niet op hem kunnen vertrouwen. 2.6 Het gerecht acht, gelet op het verhandelde ter zitting en het rapport van de Voogdijraad, in het belang van de minderjarigen de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen vaststellen zoals hieronder vermeld. Voorts bepaald het gerecht, indien de vader de omgangsregeling niet na kan komen, dat de vader dit minimaal één
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.