← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2021:428

Vonnis van 1 september 2021 Behorend bij B.B. no. AUA202001727 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [eiser], wonende in Aruba, te [adres], eiser, hierna ook te noemen: [eiser], procederend in persoon, tegen: [gedaagde], wonende in Aruba, te [adres], gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. C.S. Edwards. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -de conclusie van antwoord, met producties; -de tegen [eiser] verleende akte van niet dienen van repliek. 1.2 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen. 2.2 [ gedaagde] heeft op 10 juni 2018 met de door haar bestuurde auto een aanrijding veroorzaakt, als gevolg waarvan de auto van [eiser] (hierna: de auto) werd beschadigd (hierna: het ongeval). 2.3 [ eiser] heeft met betrekking tot de auto een schaderapport overgelegd, opgemaakt op 14 januari

  1. Volgens dat rapport is de auto total loss en bedraagt de “total loss final settlement” Afl. 4.350,--, terwijl de kosten voor het opmaken van het rapport Afl. 159,-- bedragen. 2.4 [ gedaagde] is bij deurwaardersexploot van 29 oktober 2019 gesommeerd om aan [eiser] in hoofdsom te betalen Afl. 4.509,--, alsmede tot betaling aan [eiser] van Afl. 719,50 aan incassokosten en Afl. 53,19 aan kantoorkosten. 2.5 [ gedaagde] heeft op 10 januari 2020 ten kantore van deurwaarder Roos ten behoeve van [eiser] een schuldbekentenis getekend goed voor in totaal Afl. 5.556,14, bestaande uit de volgende posten: hoofdsom Afl. 4.509,--; incassokosten Afl. 719,50; overige kosten Afl. 303,45 en rente Afl. 24,
  2. 2.6 [ gedaagde] heeft in totaal Afl. 196,25 betaald aan [eiser] ten titel van schadevergoeding. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 [ eiser] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen Afl. 4.509,--, te vermeerderen met

(1)wettelijke rente gerekend vanaf 6 november 2019 en
(2)met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; b. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure. 3.2 [ gedaagde] voert verweer en concludeert in geval van toewijzing van het door [eiser] verzochte tot matiging van het in hoofdsom gevorderde bedrag tot niet meer dan Afl. 3.831,33, alsmede tot matiging dan wel tot afwijzing van de door [eiser] gevorderde incassokosten en proceskosten. 3.3 Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken. 4DE BEOORDELING 4.1 Bij gelegenheid van antwoord heeft [gedaagde] onbestreden gesteld dat zij de schuldbekentis onder enorme druk van de deurwaarder heeft ondertekend, terwijl - zo begrijpt het Gerecht - haar wil niet overeenstemde met de inhoud daarvan, meer in het bijzonder niet wat betreft de daarin vermelde bedragen. Die vaststaande stelling brengt met zich dat de schuldbekentenis op de voet van artikel 3:33 BW niet tot stand is gekomen, nu de noodzakelijke rechtshandeling van [gedaagde] voor de totstandkoming van die schuldbekentis ontbreekt, terwijl niet door [eiser] is gesteld dat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat die rechtshandeling wel was verricht door [gedaagde]. 4.2 [ gedaagde] heeft verder onbestreden gesteld dat het rapport eerst meer dan een half jaar na het ongeval is opgemaakt, en dat mede daarom getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid van met name het in het rapport weergeven schadebedrag ad Afl. 4.350,--. In het licht daarvan stelt [gedaagde] verder dat als de inhoud van het schaderapport wel door het Gerecht in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van de omvang van de schade aan de auto, het in dat rapport vermelde daadwerkelijke bedrag ad Afl. 3.831,33 bepalend is. Het Gerecht zal aldus beslissen, nu niet door [gedaagde] is gesteld dat het rapport wat dit lagere bedrag betreft niet juist is. Dit klemt temeer omdat [gedaagde] niet heeft gesteld dat de daadwerkelijke schade aan de auto als gevolg van het ongeval lager dan Afl. 3.831,33 bedraagt. De vordering van [eiser] in hoofdsom zal in zoverre worden toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente zoals onbestreden door [eiser] verzocht, te verminderen met het reeds door [gedaagde] betaalde bedrag ad Afl. 196,25 4.3 Ter zake van de door [eiser] verzochte vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt het volgende overwogen. Naar het oordeel van het Gerecht heeft [eiser] meer buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht dan die waarin artikel 63a Rv voorziet. [eiser] mocht die werkzaamheden redelijkerwijze verrichten, en het te dezen krachtens het Procesreglement forfaitair vastgestelde bedrag ad Afl. 375,-- (1,5 punten, tarief 2 ad Afl. 250,-- per punt) aan vergoeding is ook redelijk. In zoverre zal de vordering van [eiser] op dit onderdeel worden toegewezen. 4.4 [ gedaagde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten (griffiegeld). Er worden geen punten van het liquidatietarief toegekend omdat [eiser] in deze procedure niet werd bijgestaan door een door het Hof toegelaten beroepsmatig optredende gemachtigde. 4.5 Uit het door [gedaagde] overgelegde bewijs van onvermogen blijkt dat zij niet in staat is de kosten van deze procedure te dragen. Aan haar zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend. 5DE UITSPRAAK Het Gerecht: -veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] ten titel van schadevergoeding te betalen (3.831,33 minus 196,25 =) Afl. 3.635,08, te vermeerderen met
(1)wettelijke rente gerekend vanaf 6 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en
(2)met Afl. 375,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten; -veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,--; -verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; -wijst af het meer of anders door [eiser] verzochte; -verleent verlof aan [gedaagde] tot kosteloos procederen. Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 september 2021 in tegenwoordigheid van de griffier. Datum uitspraak: 1 september 2021 Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Zaaknummer: ARBB nr. AUA202001727 Inhoudsindicatie: civiel, aanrijding, schadevergoeding. Formele relaties (optioneel): Rechtsgebieden: Civiel Rechter: mr. A.H.M. van de Leur Bijzondere kenmerken:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.