← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2021:462

Beschikking van 5 oktober 2021 behorend bij EJ nr. AUA202100775 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen [Naam verzoeker] , wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna: de vader, gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes, en [Naam verweerster], wonende in Aruba, aan de [adres], VERWEERSTER, hierna te noemen de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. P.G. Dowers-Alders. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 24 maart 2021; de producties zijdens de vader, ingediend op 11 mei 2021; het verweerschrift, ingediend op 22 juni 2021; de mondelinge behandeling ter zitting van 29 juni 2021, waar partijen zijn verschenen bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 De thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2008 in Aruba, geboren uit het huwelijk tussen de vader en de moeder. 2.2 Bij beschikking van dit gerecht van 12 november 2012 (EJ nr. 1144 van 2012), is bepaald dat de vader met Afl. 800,- per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. 2.3 Bij beslissing van het Hof van 17 december 2013 (Ghis 61417, EJ-1144/2012, H-176/13), is onder meer de bestreden beslissing vernietigd voor zover het betreft de door het gerecht in eerste aanleg vastgestelde kinderalimentatie en is bepaald dat de vader met Afl. 400,- per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. 3DE BEOORDELING 3.1 Het verzoek strekt tot wijziging van bovengenoemde beschikking van 17 december 2013 (Ghis 61417, EJ-1144/2012, H-176/13) in die zin dat het door de vader te betalen bedrag aan kinderalimentatie zal worden verlaagd tot Afl. 250,- per maand ingaande. Daartoe wordt door de vader aangevoerd dat zijn inkomen door de covid-crisis sterk achteruit is gegaan. 3.2 Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:401 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Ingevolge die bepaling kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 3.3 Bij de beoordeling stelt het gerecht voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Uitgangspunt is dat het bij de bepaling van de draagkracht van een onderhoudsplichtige niet alleen aankomt op het inkomen dat hij heeft, maar ook op het inkomen dat hij geacht kan worden redelijkerwijs in de naaste toekomst te verwerven. Vanwege de onderhoudsplicht jegens de kinderen dient de onderhoudsplichtige zich voorts te onthouden van gedragingen die er toe leiden dat hij zijn alimentatieverplichtingen niet meer kan nakomen. De onderhoudsplichtige dient dan ook de belangen van de kinderen in acht te nemen wanneer hij keuzes maakt die zijn draagkracht negatief kunnen beïnvloeden en derhalve tot gevolg kunnen hebben dat hij niet meer (volledig) aan zijn alimentatieverplichtingen kan voldoen. 3.4 Kosten van verzorging en opvoeding Bij het vaststellen van de kosten van verzorging en opvoeding hanteert het gerecht als richtsnoer voor kinderen van 12 jaar en ouder, die niet op Colegio Arubano zitten, een bedrag van Afl. 650,- per maand. In dit bedrag zitten begrepen de noodzakelijke schoolkosten en de kosten aan kleding, recreatie en persoonlijke verzorging. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van het kind die niet zijn begrepen in bovengenoemd bedrag. In dit geval is niet gebleken van dergelijke uitgaven, zodat het gerecht de behoefte van de kinderen zal bepalen op Afl. 650,- per maand. 3.5 Naar het oordeel van het gerecht is er wat betreft de behoefte van de minderjarige sprake van een zodanige wijziging dat de beschikking waarvan wijziging wordt verzocht niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven, omdat het toepasselijke normbedrag van Afl. 650,-- afwijkt van het de bij eerdere vastgestelde beschikking vastgestelde behoefte van Afl. 400,-- en dienen de ouders hieraan naar draagkracht en naar evenredigheid bij te dragen. 3.6 Het gerecht zal gelet hierop een nieuwe alimentatie vaststellen. Draagkracht ouders 3.7 De moeder heeft onbetwist aangevoerd dat zij op dit moment geen inkomen uit arbeid heeft. Zij werkte als een nagelspecialist en ontvangt FASE uitkering van Afl. 900,- per maand sinds de coronapandemie. Zij heeft een betalingsregeling bij de belastingdienst, een aanzienlijke huurachterstand, schulden bij Island Finance, Aruba Bank en deurwaarder Roos en heeft derhalve geen draagkracht om te voldoen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. 3.8 Uit de door de vader overgelegde loonstroken blijkt dat hij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 2.247,10. Wat de lasten betreft houdt het gerecht rekening met een forfaitair bedrag van Afl. 1.400,- voor het eigen levensonderhoud. De vader heeft desgevraagd geen enkel verificatoir bewijsstuk overgelegd, waarmee hij de stelling onderbouwt dat hij ook auto- en woonkosten heeft, zodat het gerecht deze kosten niet kan begroten. De vader houdt dan maandelijks over een bedrag van Afl. 847,- 3.9 De vader heeft tijdens de behandeling zelf verklaard dat hij Afl. 250,-- in de kosten en verzorging van de minderjarige bijdraagt en dat hij daarnaast de helft van de schoolkosten betaalt, de kosten van de baseball en de airco vergoed en dat hij verder alles koopt wat de minderjarige nodig heeft. Nu hij niet (voldoende) heeft onderbouwd dat hij het vastgestelde bedrag van Afl. 400,- per maand niet meer zou kunnen betalen, is het gerecht van oordeel dat de vader nog steeds in staat moet worden geacht om met het bedrag van Afl. 400,- per maand bij te dragen ten behoeve van de minderjarige. 3.10 Gelet op het door partijen overgelegde bewijzen van onvermogen, zal aan hun toelating worden verleend om kosteloos te procederen. 3.11 Het voorgaande lijdt tot de volgende beslissing. 4DE BESLISSING Het gerecht: verleent aan de vader en de moeder toestemming om kosteloos te procederen; wijst het verzoek af. Aldus gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 5 oktober 2021 in aanwezigheid van de griffier. Datum uitspraak: 5 oktober 2021 Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Zaaknummer: EJ nr. AUA202100775 Inhoudsindicatie: wijziging kinderalimentatie afgewezen Formele relaties (optioneel): Rechtsgebieden: Civiel, familierecht Rechter: mr. J.M.J. Keltjens Bijzondere kenmerken:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.