← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2021:466

Beschikking van 5 oktober 2021 behorend bij EJ nr. AUA202101641 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen [Naam verzoeker] , wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna: de vader, procederend in persoon, en [Naam verweerder], wonende in Aruba, VERWEERSTER, hierna te noemen de moeder, procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 17 juni 2021, de mondelinge behandeling ter zitting van 24 augustus 2021, waar zijn verschenen partijen in persoon. 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit de moeder zijn geboren de thans nog minderjarige, [naam minderjarige I] op [geboortedatum] 2017 in Aruba en [naam minderjarige II] op [geboortedatum] 2019 in Aruba (hierna: de minderjarigen). Zij zijn door de vader erkend. De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uit. 2.2 Bij beschikking van dit gerecht van 10 december 2019 (EJ nr. AUA201903489), is bepaald dat de vader Afl. 650,- per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding voor beide minderjarigen. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot wijziging van bovengenoemde beschikking van 10 december 2019 in die zin dat het door de vader te betalen bedrag aan kinderalimentatie zal worden verlaagd. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader op 7 september 2020 is ontslagen en dat de vader sinds februari 2021 een nieuwe baan heeft maar zijn salaris lager is dan bij zijn vorige baan, waardoor zijn financiële situatie dermate is gewijzigd dat hij niet meer kan voldoen aan de vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van Afl. 650,- per maand. 4DE BEOORDELING 4.1 Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:401 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW A). Ingevolge die bepaling kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 4.2 Bij de beoordeling stelt het gerecht voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen 4.3 Bij het vaststellen van de kosten van verzorging en opvoeding hanteert het gerecht als richtsnoer voor kinderen jonger dan 12 jaar, een bedrag van Afl. 450,- per maand. In dit bedrag zitten begrepen de noodzakelijke schoolkosten en de kosten aan kleding, recreatie en persoonlijke verzorging. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van het kind die niet zijn begrepen in bovengenoemd bedrag. 4.4 Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken of de behoefte van de minderjarigen afwijken van het genoemde normbedrag van Afl. 450,- per kind. Draagkracht van de vader 4.5. De door de vader overgelegde stukken zijn naar het oordeel van het gerecht niet voldoende om zijn huidige draagkracht te bepalen. Uit de stukken is niet gebleken of de vader een dertiende maand, bonus en/of vakantie-uitkering ontvangt. Ook zijn de schulden bij de AMC Unicon en bij de deurwaarder niet onderbouwd met bewijsstukken. Draagkracht van de moeder 4.6 Ten aanzien van de moeder kan het gerecht de draagkracht niet bepalen gezien zij geen financiële stukken heeft overgelegd. In te dienen stukken 4.7 Het gerecht zal partijen in de gelegenheid stellen om op de hieronder te vermelden zitting een recentere overzicht van de behoeften van de minderjarigen en een recentere overzicht van hun inkomsten en uitgaven onderbouwd met de volgende stukken bij het gerecht in te dienen en aan de wederpartij te doen toekomen: voor zover de kosten van (een van de) minderjarigen hoger zijn dan Afl. 450,- per minderjarige bewijsstukken die de extra kosten van de minderjarigen aantonen, bewijsstukken van de inkomsten (bestaande uit: de arbeidsovereenkomst, de loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties(bonus en/of vakantie-uitkering) over de laatste zes maanden), bewijsstukken van de woonlasten, bewijsstukken van de eventuele schulden op opgave van de restantschulden en restantlooptijd, alsmede opgave wanneer en waarvoor de schuld is aangegaan, bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten. 4.8 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 5DE BESLISSING Het gerecht: verwijst de zaak naar de zitting van dinsdag, 26 oktober 2021 om 8.30 uur, voor het indienen van de in overweging 4.7 genoemde stukken, houdt iedere verdere beslissing aan. Aldus gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 5 oktober 2021 in aanwezigheid van de griffier. Datum uitspraak: 5 oktober 2021 Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Zaaknummer: EJ nr. AUA202101641 Inhoudsindicatie: Wijziging kinderalimentatie tussenbeslissing Formele relaties (optioneel): Rechtsgebieden: Civiel, familierecht Rechter: mr. J.M.J. Keltjens Bijzondere kenmerken:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.