← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2021:481

Beschikking van 12 oktober 2021 Behorend bij EJ nr. AUA202002614 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [Verzoekster], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna te noemen: de grootmoeder moederzijde c.q. de voorgestelde voogdes, gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith. Belanghebbenden: [Belanghebbende 1], de moeder, zonder bekend woon- of verblijfplaats in Panama, [Belanghebbende 2], de echtgenoot de voorgestelde voogdes, [Belanghebbende 3], de minderjarige.

  1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 De eerdere procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 2 februari
  2. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 9 juni 2021, de mondelinge behandeling van 31 augustus 2021, waaruit blijkt dat zijn verschenen verzoekster in persoon en bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd en de Voogdijraad bij mevrouw [X]. De moeder is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Aan de orde is het verzoek van de grootmoeder moederszijde (hierna: grootmoeder) de moeder uit haar gezag te ontzetten. Voor zover hier van belang bepaalt artikel 1:269 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) dat de rechter, indien hij het in het belang van het kind noodzakelijk oordeelt, een ouder van het ouderlijk gezag kan ontzetten, om reden van misbruik van gezag of grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van een of meer kinderen. 2.2 De Voogdijraad, heeft op verzoek van dit gerecht bij beschikking van 2 februari 2021, een rapport uitgebracht, met betrekking op de vraag of er in sprake is van grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van de minderjarige zoals door de grootmoeder is gesteld. In bedoeld rapport staat het volgende vermeld. De moeder besloot financiële stabiliteit te zoeken in Panama met de bedoeling dat de minderjarige hierna bij haar zou komen. Echter is de moeder in Panama zwanger geraakt, en heeft haar baan in Panama verloren. Sinds dien lukt het de moeder niet meer om geld, ter verzorging van de minderjarige, naar Aruba te sturen. De financiële toestand, werk- en leefsituatie van de moeder is dusdanig gewijzigd dat zij niet in staat is om de verzorging van de minderjarige te dragen. Tevens is het de moeder wegens de financiële situatie niet mogelijk om binnen afzienbare tijd naar Aruba komen. Wel hebben de moeder en de minderjarige dagelijks contact met elkaar via “video-call” of “whatsapp”. De moeder heeft er geen bezwaar tegen dat de grootmoeder de verzorging en opvoeding van de minderjarige op zich neemt en belast wordt met de voogdij. Bovendien is de grootmoeder hierin bereidwillig. Derhalve acht de Voogdijraad dat de grootmoeder met de voogdij over de minderjarige kan worden belast. 2.3 Gelet op het rapport van de Voogdijraad en het verhandelde ter zitting, is het gerecht van oordeel, dat er geen sprake is van een geval genoemd in artikel 1:269 lid 1 sub a BWA om de moeder uit haar ouderlijk gezag te ontzetten. 2.4 Gezien de Voogdijraad het in belang van de minderjarige acht, de grootmoeder met de voogdij te belasten, overweegt het gerecht als volgt. Ingevolge artikel 1:253r juncto artikel 1:253q BWA, wordt het gezag dat aan een ouder toekomt, geschorst gedurende de tijd waarin de ouder al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen. In een dergelijk geval, benoemt de rechter een voogd. Het gerecht is van oordeel dat de moeder, al dan niet tijdelijk, in de onmogelijkheid verkeert het gezag over de minderjarige uit te oefenen en derhalve uit het gezag is geschorst. 2.5 In het gezag over de minderjarige dient dan te worden voorzien. Nu het belang van de minderjarige zich hier niet tegen verzet en overigens niet van bezwaren is gebleken, zal het gerecht de grootmoeder met de voogdij over minderjarige belasten. 3DE BESLISSING Het gerecht: verstaat dat het ouderlijk gezag van [Belanghebbende 1] over de minderjarige [Belanghebbende 3], geboren op 24 augustus 2004, in de Dominicaanse Republiek, is geschorst, benoemt [Verzoekster] tot voogdes over de minderjarige [Belanghebbende 3], wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven op dinsdag, 12 oktober 2021 door de rechter mr. W.C.E. Winfield in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.