Behorend bij A.R. no. AUA201904437 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [eiser] te Aruba, eiser in conventie, verweerder in reconventie, hierna ook te noemen: [eiser], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, tegen: [gedaagde], te Aruba, gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna ook te noemen: [gedaagde], gemachtigde: de advocaat mr. N.G. Booi. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: -het inleidend verzoekschrift, met producties; -de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties; -de conclusie van repliek in conventie (tevens houdende een toegelaten aanvulling van eis) en van antwoord in reconventie, met één productie; -de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie (tevens houdende een toegelaten aanvulling van eis), met producties; -de conclusie van dupliek in reconventie. 1.2 Vonnis is met welgemeende excuses voor alle vertraging nader bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen. 2.2 [ eiser] woont in Aruba te [adres] op het perceel [perceel A] (hierna: [perceel A]). 2.3 [ eiser] en [gedaagde] zijn buren, met aangrenzende percelen (hierna de percelen). [gedaagde] woont op het perceel [perceel B] (hierna: [perceel B]). 2.4 [ gedaagde] heeft in 2014 tussen de percelen een scheidsmuur (hierna: de muur) opgetrokken die zich volgens hem geheel op [perceel B] bevindt. 2.5 In opdracht van [gedaagde] heeft het bedrijf Caribbean Surveying & Civil Solutions (hierna: CSCS) in 2010 de grenzen van [perceel B] laten meten. Op 27 maart 2014 heeft [gedaagde] nog voor de bouw van de muur CSCS op grond van de door haar in 2010 verrichte metingen pennen voor het bepalen van de grens tussen [perceel B] en [perceel A] laten plaatsen. Op basis van die penplaatsing heeft [gedaagde] de van noord tot zuid lopende muur opgetrokken. 2.6 In opdracht van [eiser] heeft CSCS op vrijdag 3 augustus 2018 een situatiemeting verricht aan de westelijke grens van [perceel A] in verband met het vermoeden van [eiser] dat sprake was van overbebouwing door [gedaagde] vanuit het aangrenzende [perceel B]. Het dienaangaande rapport van CSCS van 10 augustus 2018 vermeldt onder meer het volgende: “(…). Uit de situatiemeting blijkt dat de (…) muur gedeeltelijk op (…) [perceel A] (…) is gebouwd. Deze overbebouwing bedraagt 1.5 m2 (…). Voor het bepalen van de grootte van deze overbebouwing is gebruik gemaakt van het officiële verkavelingsplan en de gemeten bestaande muren in het terrein. (…).”. 2.7 In opdracht van [gedaagde] heeft [meetdeskundige] (hierna: [meetdeskundige]) het [perceel B] gemeten ter bepaling van de grens van dat perceel met [perceel A]. Het dienaangaande door de Freijtas uitgebrachte rapport van 26 augustus 2019 vermeldt onder meer het volgende: “(…). Op opdracht van de eigenaar van het perceel plaatselijk bekend als [perceel B] hebben wij een lokale meting uitgevoerd in verband eventuele grensoverschrijding. We hebben de meting uitgevoerd en hebben van het desbetreffende perceel de opgetrokken muren aan de buitenzijde gemeten. Tot een definitieve conclusie konden wij niet komen als het in dit geval duidelijk gaat over een grensoverschrijding, dit omdat er meetpennen ontbreken over het gehele gemeten en bebouwde project. Mijn persoonlijke en profesionele eindconclusie is dat aangezien er teveel meetpennen ontbreken bij de desbetreffende percelen de lokale grenzen “zweven” en daardoor kan ik geen definitieve conclusie trekken. (…).”. 2.8 [ gedaagde] heeft [eiser] toegang tot de muur geweigerd, in die zin dat [eiser] niet wordt toegelaten om de muur aan zijn zijde te verven of daar spullen tegenaan te zetten of te laten leunen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN in conventie 3.1 [ eiser] vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: a. voor recht verklaart dat de muur gemeenschappelijke eigendom is van partijen en aldus mandelig is; b. op de voet van artikel 5:47 BW bepaalt dat de muur de grens is tussen de percelen; c. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten. 3.2 [ gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [eiser] verzochte en tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten. in reconventie 3.3 [ gedaagde] vordert voor het geval de vorderingen van [eiser] in conventie worden toegewezen dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: i. voor recht verklaart “dat [eiser] de helft van de kosten van optrekking van de muur, zoals overgelegd door [gedaagde], en de helft van de kosten van onderhoud van de muur moet betalen”; ii. [eiser] veroordeelt in de proceskosten. 3.4 [ eiser] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [gedaagde] verzochte en tot uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. in conventie en in reconventie 3.5 Voorzover van belang voor de uitkomst van deze procedure worden de stellingen van partijen hierna besproken. 4DE BEOORDELING 4.1 De aard en strekking van de vorderingen in conventie en de vordering in reconventie brengen met zich dat die vorderingen en de daaraan ten gronde gelegde stellingen gezamenlijk kunnen worden besproken. 4.2 Voorop wordt gesteld dat partijen beiden ter bepaling van de erfgrens tussen hun respectieve percelen CSCS in de arm hebben genomen. [eiser] beroept zich op de betrouwbaarheid en juistheid van het in opdracht van hem door CSCS in 2018 opgestelde meetrapport, terwijl [gedaagde] zich beroept op de juistheid en de betrouwbaarheid van de meting van zijn perceel in 2010 door CSCS en de penplaatsing door CSCS op grond van die meting in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.