← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2021:589

Vonnis in kort geding van 14 december 2021 Behorend bij E.J. AUA202103595 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek om voorlopige voorzieningen van: [Naam verzoekster], wonende in Aruba, verzoekster, hierna ook te noemen: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena, en: [Naam verweerder], wonende in Aruba, verweerder, hierna ook te noemen: de vader, gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock. Belanghebbenden: [Naam minderjarige I], geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba, [Naam minderjarige II], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba, de minderjarigen. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties, ingediend op 12 november 2021; - het verweerschrift tevens inhoudende een zelfstandig verzoek met producties, overgelegd ter zitting van 6 december 2021; - de behandeling van de zaak ter zitting van voormelde datum, in aanwezigheid van partijen bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. 1.2 De datum van de uitspraak is bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 Voornoemde minderjarigen zijn uit het huwelijk tussen partijen geboren. 2.2 De minderjarige [minderjarige I] is geboren met een chromosomale afwijking die haar in haar ontwikkeling vertraagt. Zij is gediagnostiseerd met Pure Mosaic Trisomy 1q1023.3. 2.3 In het jaar 2019 is de minderjarige [minderjarige I] op haar zevenjarige leeftijd onderzocht door een psycholoog. In het rapport dat de psycholoog naar aanleiding van het onderzoek heeft opgesteld, staat voor zover van belang het volgende vermeld. “Advies Er wordt geadviseerd [minderjarige I] gepast onderwijs te bieden om haar verdere ontwikkeling op gang te krijgen. De huidige privéschool waar ze ingeschreven zit voldoet hieraan. Er kan ook gedacht worden aan fysiotherapie, ergotherapie en logopedische hulp. Creatieve activiteiten waarbij ze haar handen kan gebruiken, kan haar ook helpen om zichzelf op een andere manier te uiten aangezien ze door middel van haar spraak- en taalachterstanden moeite heeft om zich te uiten. Mogelijk dat ze handgebaren kan leren om zich hiermee te kunnen uiten en/of te vragen voor wat ze nodig heeft.” 2.4 Op 28 september 2020 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat partijen gezamenlijk belast blijven met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. Nadien is de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de moeder bepaald en is een uitgebreide omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen vastgesteld. 2.5 Blijkens de verklaring van 20 september 2021 van de behandelende kinderarts drs. L.M.A. Rafaela Croes (hierna: de kinderarts) heeft [minderjarige I] vanwege haar aandoening intensieve zorg, onderwijs en gespecialiseerde zorg nodig. De verklaring luidt voor zover van belang verder als volgt. “Moeder geeft aan dat zij een goede vangnet aan het organiseren is in [het buitenland] en dat zij al huisvesting heeft. Gezien [het buitenland] een groot land is en alle zorg heeft hebben wij aan moeder inderdaad verhuisadvies gegeven zodat zij daar een beter leven kan creëren.” 2.6 In de verklaring van de directrice van Cedes (een instelling voor speciaal onderwijs voor kinderen tussen drie en twaalf jaar), zijnde de school waar de minderjarige ingeschreven staat (hierna: de school), staat het volgende vermeld. “(…) [minderjarige1] develops different activities in Special Education to improve her motor area, cognitive and social interaction. [minderjarige1] is non-verbal, dependent 100% of others in her daily life, example: basic activities like bathroom, dressing, work in a small task and with sensory delays, she has improved in many areas, but still needs to achieve some goals that allow her more independence.” 2.7 De moeder is thans voornemens om met de minderjarigen naar [het buitenland] te verhuizen. 3HET VERZOEK EN ZELFSTANDIG VERZOEK het verzoek 3.1 De moeder verzoekt - bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad - dat het gerecht haar voorlopige toestemming verleent om met de minderjarigen naar [het buitenland] te verhuizen en dat de vader wordt veroordeeld in de kosten van de procedure. 3.2 De vader heeft verweer gevoerd dat strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de moeder in haar verzoek, dan wel tot afwijzing van het door de moeder verzochte. het zelfstandig verzoek 3.3 De vader verzoekt - bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad - dat het gerecht, in afwachting van de bodemprocedure, bepaalt dat de minderjarigen, bij eventuele verhuizing van de moeder naar het buitenland, bij de vader verblijven, met veroordeling van de moeder in de proceskosten. 3.4 De moeder heeft verweer gevoerd dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt. 4DE BEOORDELING 4.1 Het spoedeisend belang van de moeder bij haar verzoek volgt uit de aard van het verzoek en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen. 4.2 In deze op een spoedbeslissing gerichte procedure moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde stellingen, zonder nader onderzoek en bewijslevering, worden beoordeeld of het verzoek in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopend daarop toewijzing van de gevraagde voorziening gerechtvaardigd is. Het verzoek 4.3 Aan de orde is de vraag of aan de moeder door het gerecht vervangende toestemming moet worden verleend om met de minderjarigen naar [het buitenland] te verhuizen. 4.4 Bij de beantwoording van die vraag dient het volgende in aanmerking te worden genomen. De gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen brengt mee dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van de minderjarigen instemming van de vader behoeft. Indien de ouders hieromtrent niet tot overeenstemming komen, zal de rechter op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba een zodanige beslissing nemen die hem in het belang van de minderjarigen voorkomt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. De rechter zal bij zijn beslissing over dergelijke geschillen alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen, en alle betrokken belangen af te wegen, waaronder: - de noodzaak om te emigreren; - de mate waarin de emigratie is doordacht en voorbereid; - de door de emigrerende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de emigratie voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren; - de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg; - de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving; - de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg; - de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing; - de leeftijd van de minderjarige, hun mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist gewend zijn aan verhuizingen; - de (extra) kosten van de omgang na de emigratie. 4.5 De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek het volgende naar voren gebracht. De minderjarige [minderjarige I] is al bijna tien jaar oud en functioneert vanwege haar aangeboren chromosomale afwijking op een ernstig verstandelijk beperkt niveau. Gelet hierop is gespecialiseerde verzorging, stabiliteit en structuur noodzakelijk en van belang voor de minderjarige. Omdat Aruba kleinschalig is, is de gespecialiseerde zorg die de minderjarige nodig heeft en die haar gezondheid maximaal bevorderd niet altijd en volledig beschikbaar. Aruba beschikt op dit moment niet over een revalidatiearts, een kindercardioloog en eigen therapeuten die de minderjarige kunnen behandelen. Ook heeft de minderjarige om de twee maanden nieuwe orthopedische schoenen nodig, die zij in Aruba niet steeds tijdig kan krijgen. De moeder maakt zich zorgen over het welzijn van de minderjarige en over het feit dat zij over een paar jaar vanwege haar leeftijd van school moet veranderen, terwijl er geen geschikte school beschikbaar is die haar hierna verder in haar ontwikkeling kan begeleiden. De moeder is ervan overtuigd dat een verhuizing naar [het buitenland], alwaar de minderjarige ontwikkelingsmogelijkheden heeft en toegang tot gespecialiseerde zorg, in het belang is van de minderjarige. Omdat de minderjarige [minderjarige II] niet van haar zus gescheiden moet worden, is het van belang dat ook zij naar het buitenland meeverhuist. Niet alleen heeft de moeder in [het buitenland] familie, maar ook heeft zij aldaar een baan met een beter salaris en voorzieningen aangeboden gekregen. De minderjarigen zijn op een (privé) gespecialiseerde school aangenomen en haar partner - die inmiddels al naar [het buitenland] verhuisd is - heeft huisvesting en eigen vervoer voor de familie geregeld. De moeder heeft zich op het standpunt gesteld - zo begrijpt het gerecht - dat er een noodzaak bestaat om naar het buitenland te verhuizen en dat zij haar beslissing om te verhuizen goed heeft doordacht en voorbereid. ten aanzien van de minderjarige [minderjarige I] 4.6 Voorop wordt gesteld dat het de moeder vrij is om haar leven naar eigen goeddunken in te richten en haar woonplaats te kiezen. Die vrijheid wordt echter begrensd door de belangen van de minderjarige en de vader, welke niet onaanvaardbaar in het gedrang mogen komen. Vast staat dat de minderjarige vanwege haar medische conditie gespecialiseerde zorg nodig heeft. Niet in geschil is tussen partijen dat de minderjarige thans in Aruba de nodige specialistische basiszorg ontvangt. Dit kan overigens ook worden afgeleid uit de verklaring van de kinderarts (zoals hierboven weergegeven), waarbij zij aangeeft dat de minderjarige in [het buitenland], vanwege de grootte van het land en de beschikbare zorg aldaar, een beter leven kan krijgen. Onder deze omstandigheid ziet de rechter voorshands geen aanleiding voor het oordeel dat er sprake is van een directe noodzaak die maakt dat het nodig is dat de moeder op zeer korte termijn verhuist naar het buitenland. Niet ter discussie is dat Aruba op dit moment niet over een revalidatiearts beschikt. De rechter begrijpt dat de moeder dit heel vervelend vindt, maar overweegt dat die omstandigheid nog niet maakt dat er een directe noodzaak bestaat om onmiddellijk naar het buitenland te verhuizen. Hierbij wordt het gegeven betrokken dat de minderjarige onder controle is bij een - en daar zijn partijen het erover eens - bekwame kinderarts, die haar de nodige zorg biedt en verder niet is gebleken dat de minderjarige vanwege het ontbreken van alle door de moeder genoemde specialistische zorg in haar gezondheid wordt geschaad. Verder is niet in geschil tussen partijen dat de minderjarige thans aangepast onderwijs ontvangt dat aan haar behoeften voldoet, zodat het gerecht ten aanzien hiervan evenmin de door de moeder gestelde directe noodzaak ziet om te verhuizen. Dat de minderjarige over een paar jaar van school moet wijzigen en dat er volgens de moeder dan geen geschikte school beschikbaar is die aan de behoefte van de minderjarige voldoet, kan het oordeel omtrent de noodzaak tot verhuizing dan veranderen, maar laat onverlet de omstandigheid dat de minderjarige thans het nodige en overigens geadviseerde onderwijs ontvangt. 4.7 Verder overweegt de rechter dat het een minderjarig kind betreft van negen jaar oud dat haar hele leven in Aruba heeft gewoond, alwaar zij ook naar school gaat. De minderjarige is geworteld in Aruba en haar gehele sociale leven speelt zich in Aruba af. Onduidelijk is hoe de minderjarige die volgens de moeder moeite heeft met veranderingen, zal reageren indien zij - vanwege een verhuizing naar het buitenland, waarbij de minderjarige op zeer grote afstand van haar huidige woonplaats komt te wonen - uit haar vertrouwde omgeving wordt gehaald. Niet uitgesloten is dat een verbreking van de continuïteit van woon- en sociale leefomgeving voor een kind als de minderjarige heel ingrijpend kan zijn. Gelet hierop is het gerecht voorshands van oordeel dat er sprake is van een onredelijke aantasting van de belangen van de minderjarige indien de moeder met haar naar het buitenland verhuist. 4.8 Verder wordt overwogen dat niet in geschil is dat er thans sprake is van een uitgebreide omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige en dat de minderjarige in het kader daarvan wekelijks een aantal dagen en overnachtingen fysiek contact heeft met de vader. Ingeval van een verhuizing naar het buitenland zal de vader vanwege de afstand worden afgehouden van een frequent contact met de minderjarige, terwijl het voorgestelde contact via whatsapp videogesprek, skype of facetime, vanwege de conditie van de minderjarige, het huidige regelmatige persoonlijke contact met de vader niet kan vervangen. 4.9 Alle hierboven genoemde omstandigheden en rekening houden met de wens en de belangen van de moeder om te verhuizen - welke wens en belang het gerecht begrijpt - is het gerecht voorshands van oordeel dat de belangen van de minderjarige en de vader in dit geval dienen te prevaleren boven het belang van de moeder bij een verhuizing naar [het buitenland], met name gezien het feit dat op dit moment geen directe noodzaak is voor de moeder om naar het buitenland te verhuizen, en omdat niet aannemelijk is geworden dat de verhuizing nu reeds in voldoende mate is doordacht en voorbereid. 4.10 Gelet op het voorgaande is de rechter dan ook voorshands van oordeel dat het verzoek van de moeder tot het verlenen van vervangende toestemming voor verhuizing van de minderjarige dient te worden afgewezen. ten aanzien van de minderjarige [minderjarige II] 4.11 Gelet op het hierboven overwogene en nu gebleken is dat het verzoek ten aanzien van de minderjarige [minderjarige II] gebaseerd is op de wens van de moeder om naar het buitenland te verhuizen ten behoeve van de zorg van de minderjarige [minderjarige I], is het voorshandse oordeel dat het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor verhuizing van de minderjarige ook in dit geval dient te worden afgewezen. Dit geldt eens te meer nu partijen het erover eens zijn dat de minderjarigen niet van elkaar gescheiden moeten worden. het zelfstandig verzoek 4.12 Het zelfstandig verzoek van de vader die met een eventuele verhuizing van de moeder naar [het buitenland] samenhangt wordt eveneens afgewezen . 4.13 Gelet op de aard van de procedure en de relatie die tussen partijen bestaat, ziet de rechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5DE UITSPRAAK Het gerecht,: wijst de verzoeken af compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Keltjens, en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 14 december 2021 in aanwezigheid van de griffier. Datum uitspraak: 14 december 2021 Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Zaaknummer: EJ nr. AUA202103595 Inhoudsindicatie: Vervangende toestemming om met de minderjarigen naar het buitenland te verhuizen wordt afgewezen. Geen sprake van directe noodzaak. De verhuizing in niet in voldoende mate doordacht en voorbereid. Formele relaties (optioneel): Rechtsgebieden: Civiel, personen en familierecht. Rechter: mr. J.M.J. Keltjens Bijzondere kenmerken:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.