Uitspraak van 8 november 2021 Lar nr. AUA202100947 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het verzoek ex artikel 53 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], verblijvend in Aruba, VERZOEKER, gemachtigde: drs. M.L. Hassell, gericht tegen: de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER. PROCESVERLOOP Bij beschikking van 20 maart 2020 heeft verweerder het asielverzoek van verzoeker afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op dit bezwaar (de bestreden fictieve beslissing op bezwaar) heeft verzoeker beroep ingesteld. Bij uitspraak van dit gerecht van 23 november 2020 (Lar nr. AUA202001982) heeft het gerecht de bestreden fictieve beslissing op bezwaar vernietigd, en bepaald dat verweerder binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van die uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker. Op 19 januari 2021 heeft verzoeker onderhavig verzoek op grond van artikel 53 van de Lar bij het gerecht ingediend. Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 september
- Partijen zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN 1.1 Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak. Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen. 1.2 Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraak van 23 november
- 1.3 Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder op het bezwaar van verzoeker heeft beslist. Aangenomen dient dan ook te worden dat verweerder geen gevolg heeft gegeven aan voormelde uitspraak. Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een beslissing op het bezwaar van verzoeker te nemen binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom. 1.4 Nu verzoeker met recht onderhavig verzoek heeft gedaan en hierdoor noodzakelijke kosten heeft gemaakt door met een gemachtigde op te treden, zal verweerder in de kosten van dit geding worden veroordeeld, die begroot worden op een bedrag van Afl. 175,-. BESLISSING De rechter in dit gerecht: - bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak alsnog een beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoeker; - bepaalt dat verweerder een dwangsom aan verzoeker verbeurt van Afl. 500,- voor elke dag dat hij in gebreke blijft om na bovengenoemde termijn van drie maanden een beslissing op bezwaar te nemen, met een maximum van Afl. 25.000; - veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoeker voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 175,-. Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 november 2021 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.