Zaaknummer: 738/2021 Parketnummer: P-2017/03897 Uitspraak: 2 december 2021 Tegenspraak Beslissing van dit Gerecht in de ontnemingszaak tegen de veroordeelde: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. Onderzoek van de zaak Deze beslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting op 21 oktober 2021. Aan dat onderzoek is met instemming van alle procespartijen een schriftelijke wisseling van standpunten voorafgegaan, waarbij zowel de raadsman als de officier van justitie twee schriftelijke conclusies heeft ingediend. De veroordeelde is verschenen, bijgestaan door haar raadsman, mr. D.G. Illes, advocaat in Aruba. De officier van justitie, mr. T.M. Rethmeier, heeft ter terechtzitting primair gevorderd dat het Gerecht de ontnemingszaak zal schorsen totdat de Hoge Raad zal hebben beslist op het tegen het strafvonnis in hoger beroep van de veroordeelde ingestelde beroep in cassatie. Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat het Gerecht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de ontnemingsvordering. De raadsman heeft afwijzing bepleit van het primair gevorderde schorsingsverzoek en zich achter de subsidiaire vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie geschaard. De beoordeling van de vordering Bij vonnis van 12 oktober 2021 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het Hof) het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 22 februari 2019 – voor zover aan het oordeel van het Hof onderworpen – vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de veroordeelde vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde gewoontewitwassen (en veroordeeld ter zake van het onder 2 ten laste gelegde). Het Gerecht wijst af het verzoek van de officier van justitie om de ontnemingszaak te schorsen totdat de Hoge Raad zal hebben beslist op het tegen het strafvonnis in hoger beroep van de veroordeelde ingestelde beroep in cassatie. De onherroepelijkheid van het vonnis in de strafzaak is immers geen vereiste om in de ontnemingszaak te kunnen beslissen. De enkele omstandigheid dat tegen het vonnis beroep in cassatie is ingesteld, acht het Gerecht onvoldoende om de ontnemingszaak aan te houden. Het Gerecht stelt vast dat de ontnemingsvordering van het openbaar ministerie is gegrond op het in de strafzaak onder 1 aan de veroordeelde ten laste gelegde feit, voor welk feit de veroordeelde integraal is vrijgesproken. Nu de veroordeelde is vrijgesproken van het feit waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, zal het openbaar ministerie in die vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. BESLISSING Het Gerecht: verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze beslissing is gegeven door de rechter mr. G.P. Verbeek, bijgestaan door mr. R.J. Gras, zittingsgriffier, en op 2 december 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba. uitspraakgriffier:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.