← Nederland

ECLI:NL:OGEAA:2021:698

Vonnis van 12 mei 2021 Behorend bij A.R. nr. AUA201903435 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiseres], te Aruba, eiseres, hierna te noemen: [eiseres], procederend in persoon, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon HET LAND ARUBA, te Aruba, gedaagde, hierna te noemen: het Land, gemachtigde: mr. M.P. Jansen (DWJZ). 1DE VERDERE PROCEDURE Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis van 9 september 2020; - de akte zijdens het Land; - de antwoordakte zijdens [eiseres]. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BOORDELING 2.1 Bij voormeld vonnis heeft het Gerecht geoordeeld dat aan [eiseres] een beroep op het vertrouwensbeginsel toekomt. Het Land heeft in strijd met het vertrouwensbeginsel de toezegging van de minister dat aan [eiseres] een optierecht zal worden verleend niet gestand gedaan. Met het aldus handelen in strijd met het vertrouwensbeginsel, een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, handelt het Land onrechtmatig jegens [eiseres], aldus het Gerecht. Voorts heeft het Gerecht het Land in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de wijze waarop de onrechtmatigheid van het overheidshandelen teniet kan worden gedaan dan wel de door [eiseres] gestelde schade als gevolg van dat handelen gecompenseerd kan worden, in het bijzonder de mogelijkheid dat alsnog een optie aan [eiseres] wordt verleend. Daarbij heeft het Gerecht overwogen dat om de onrechtmatigheid teniet te kunnen doen, het tijdsverloop vanwege het handelen in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijdens het Land ten aanzien van de aspecten van de optievoorwaarden en de grondwaarde niet ten nadele mag komen van de gerechtvaardigde belangen van [eiseres] ter zake. Tevens heeft het Gerecht het Land in de gelegenheid gesteld, naar aanleiding van de stelling zijdens het Land ter comparitie dat de waarde van de woning thans mogelijk op nihil dient te worden gesteld, zich uit te laten over de huidige waarde van de woning. 2.2 Bij voormelde akte heeft het Land te kennen gegeven dat [eiseres] conform het huidige beleid niet in aanmerking komt voor verkrijging van een optie op het verkrijgen van het perceel [adres] in erfpacht en dat uitgifte in erfpacht van percelen in [adres] in verband met een onderzoek thans stilligt. Ten aanzien van de huidige waarde van de woning heeft het Land te kennen gegeven dat voor het innemen van een stelling ter zake een taxatierapport vereist is. Aldus heeft het Land, hoewel daartoe door het Gerecht in de gelegenheid gesteld, zich niet uitgelaten over de wijze waarop de onrechtmatigheid van zijn handelen jegens [eiseres] teniet kan worden gedaan dan wel op welke wijze de door [eiseres] gestelde schade als gevolg van dat handelen gecompenseerd kan worden, noch over de huidige waarde van de woning. Onder deze omstandigheden ziet het Gerecht aanleiding de vordering op na te melden wijze toe te wijzen. 2.3 Als de in het ongelijk gestelde partij, dient het Land op na te melden wijze te worden verwezen in de proceskosten, gevallen aan de zijde van [eiseres]. 3DE UITSPRAAK Het Gerecht: 3.1 beveelt het Land om aan [eiseres] een optie te verlenen op het verkrijgen in erfpacht van het perceel [adres], uitgaande van de optievoorwaarden zoals deze op 26 augustus 1994 golden, en van een grond- onderscheidenlijk woningwaarde van Afl. 76.160,-, onderscheidenlijk nihil; 3.2 veroordeelt het Land in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de zijde van [eiseres] worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht en Afl. 204,15 aan explootkosten; 3.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 mei 2021 in aanwezigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.